Beste lezer,

 

Van gelovige mensen, en we bedoe­len hier mensen die geloven dat je verder leeft nadat je zult sterven, wordt in onze moderne maatschappij nog vaak schamper gezegd dat ze in sprookjes en fantasieën geloven. Ze worden uitgemaakt voor 'zwevers' die niet met beide benen op de grond staan. Men zegt: geloof is nog een restant uit de oudheid, uit de tijd voordat de nuchtere wetenschap zijn intrede in de wereld deed. Ook zegt men: geloof komt voort uit de men­selijke wens om verder te le­ven na de dood, dus dat men al te graag gelooft wat men onbewust wenst en dat men zich zo zelf voor de gek houdt. Gelovige mensen worden door de rest van de maatschappij dus meest­al niet serieus genomen, NÓG NIET, want... dit gaat verande­ren! Er zal een tijd komen waarin men men­sen met een sterk geloof zal benij­den. Aan die toekomst wordt nu al hard ge­werkt, vooral door mensen die al overleden zijn en die vanuit gene zijde de mensen op aarde, die er voor open staan, inspi­reren. Ook het nieuwe boekje van onze redac­teur Giel Heijmans wil bijdragen aan bovengenoemde ver­andering. In Boekenwij­zer 66 blz.1175 werd dit al aangekondigd. Het valt niet mee om voor zo'n boekje een goede uitgever te vinden, anders zou het nu al in de boekhan­del heb­ben gele­gen. Het is een spiri­tueel-filoso­fische roman. In het ver­haal kan men ken­nis maken met de ma­nier van den­ken die de auteur het 'geestelijk realis­me' noemt (zie ook inleiding Boe­ken­wijzer 65). Omdat ook wij Rulof-lezers wel eens 'zwe­vers' genoemd worden, is het wel han­dig indien we dan op grond van pure logica een weerwoord kunnen ge­ven. En dit boekje kan u hierbij van dienst zijn. Maar omdat het nog niet uitge­geven is, laten we de au­teur hier alvast de kern van de filo­sofie uit zijn boekje uitleg­gen.

 

 

GEESTELIJK REALISME  (ook wel ‘nog-verder-denken’ genaamd)  

 

(het materialisme overwinnen door een andere manier van denken)

 

SLUIT NIET UIT DAT DE MOGE­LIJK­HEID BESTAAT  

 

DAT NA JOUW STER­VEN JE LEVEN VERDER GAAT!

 

Om uit te leggen wat 'geestelijk realis­me' inhoudt, moet ik eerst uitleggen wat bedoeld wordt met een 'ge­woon' realistische le­vens­overtuiging. Ik stel realisme te­gen­over materialis­me. De materialist gaat er van uit, dat er geen verder leven is van ie­mands geest na diens dood. De rea­list, daar­entegen, gaat er van uit dat het wel degelijk moge­lijk is dat men ver­der leeft na z'n sterven op aarde, maar sluit ook niet uit dat er géén leven meer is na de dood. De realist sluit dus beide mo­gelijkheden niet uit en laat dus open wat er met ie­mands geest zal gebeu­ren na diens ster­ven. Hij gaat er bewust van uit dat een 'verder leven' nét zo goed mo­ge­lijk is als een 'niet verder leven' en houdt in zijn praktische leven al re­kening met beide mogelijkheden. Echter de materialist sluit dus, be­wust of on­bewust, wél de mogelijk­heid van een 'verder leven' uit en ge­draagt zich daar ook naar (hij wil nu zo veel mogelijk genieten en voelt zich niet verant­woordelijk voor wat er na zijn dood gebeurt met zichzelf, zijn me­demens en de wereld). De meeste moderne mensen zijn onbe­wust materialist. Veel wetenschap­pers en intellec­tue­len zijn bewúst materia­list maar... er is geen enkele wetenschap­per die kan bewijzen dat er géén verder-leven is na de dood. De meeste mensen wil­len en durven niet naden­ken over wat er, als zij zullen sterven met hun geest zal gebeu­ren, met hun denken, hun ge­voel, hun wilskracht, creativiteit, enz., terwijl het moment van sterven toch voor iedereen zeker ooit zal komen. Indien je een materi­alist zou vragen, waarom ie de mo­gelijkheid uitsluit van een 'verder leven', dan kan ie daar geen redelijk antwoord op geven. Een eerlijk materia­list zegt dan misschien: "omdat mij dat het beste uitkomt" of "ik volg de massa en geloven in een 'verder le­ven' is nu uit de mo­de". De realist sluit dus een verder leven na z'n dood niet uit en houdt in zijn leven even­veel reke­ning met beide moge­lijkhe­den. Maar nou de GEESTELIJK REA­LIST, deze houdt ook re­ke­ning met deze beide moge­lijkhe­den, maar... gaat om een aantal redenen er van uit, dat de kans veel groter is dat er wel degelijk een verder leven na z'n dood zal zijn. De redenen die daar­voor dan vaak ge­noemd worden zijn: (zie blz.1197 of Boekenwijzer 65 blz.11­51).

 

De geestelijk realist is zich er van be­wust dat voorgenoemde redenen geen bewijzen vormen, maar wel waardevolle, realistische aanduidin­gen, die met elkaar gecombineerd nog aan duidingskracht winnen.

 

- Er bestaat dus in de wereld een ma­terialis­tische en (geestelijk)realisti­sche manier van den­ken. De (geestelijk)r­ealist gaat voelen dat ie moge­lijk een toe­komst heeft na z'n ster­ven, voelt zich nu reeds ver­ant­woor­de­lijk voor de kwaliteit van die toe­komst en zoekt wegen om hier­ aan te werken. Maar de materia­list mist dit verantwoordelijkheidsgevoel en richt zich alléén op aards genot: huis, auto, vakanties, carrière en wil hier­voor zo veel mogelijk geld verdie­nen, eenzijdig en gewetenloos. En wat er na zijn dood met de maat­schappij zal gebeuren zal hem een zorg we­zen. Zijn levenshouding is te vergelij­ken met iemand die nog één dag te werken heeft in een bedrijf dat reeds failliet verklaard is.

 

- Maar is de materialistische mentali­teit nu echt zo slecht en ongezond voor de mens en de maatschappij? Moeten we het dan zien als een soort 'woeker-ziek­te'? Volgens mij helaas wel! Met het hebben van wat welvaart is natuur­lijk niets mis, zolang de mens die materie alleen als een HULPMIDDEL be­schouwt om te kunnen leven en aan zichzelf te kunnen werken. Dus er is niets ver­keerds aan materiële din­gen, zolang ze maar in dienst staan van de mens om zich geeste­lijk te kunnen ont­plooien. Echter, bij de meeste men­sen is de materie het hoofddoel in hun leven geworden omdat ze geen belangrijker doel denken te hébben. Maar materie blijft materie, is door z'n aard altijd be­perkt en zal dus ook beperkt geluk en beperkte bevredi­ging geven aan de mens. En dáárom kun je het ma­terialisme met een woeker-ziekte vergelijken, 'ziekte' omdat er on­evenwichtigheid en eenzijdigheid ontstaat door het ge­brek aan het gees­telijke as­pect, dat het belangrijk­ste is van het menselijk leven, en 'woeke­rend' om­dat het onbevredi­gend blijft; de meeste mensen die materiële rijkdom heb­ben, willen daarvan steeds meer. Voor de mate­rialist is 'geld' belang­rij­ker dan 'geest', be­langrijker dan mense­lijk­heid, mede­mensen, dieren en de natuur. Alles moet wijken voor het geld, voor de economische be­lan­gen. Echter de materie zou eigen­lijk altijd in dienst moeten staan van de mens en diens leven en geestelij­ke ontwik­keling; maar hoe weinig is dit nu nog het geval! Men heeft op aarde nog maar weinig interesse voor de ont­wikke­ling van de mense­lijke ziel, het ka­rakter en de liefde. Alleen de enke­ling is hier serieus mee bezig; de massa ziet daar het nut en de waar­de nog niet van in en weet niet eens dat er geeste­lijk geluk bestaat, laat staan dat je dit verdie­nen kunt door aan jezelf te werken. Ook 'n materialist kan fi­nancieel arm zijn en ’n geestelijk realist finan­cieel rijk. Het gaat er ook niet om hoeveel geld je per jaar aan luxe dingen uitgeeft, zolang je als hoofd­doel maar de ont­wikkeling van het karak­ter en de liefde hebt (ook ten behoeve van je geluk straks in het hierna­maals). En indien je nu reeds gaat be­grijpen dat geluk in de geest veel dieper en bevredigen­der is dan al het aardse geluk, dan kun je dit wijsheid noemen en streef je auto­ma­tisch ook naar dit hoge­re ge­luk.

 

 

- Met het aardse geluk is op zich niets mis en men dient ook te stre­ven naar vervulling van bepaalde 

 

basis­behoeften en enig basisgenot, dat hoort bij het leven en ook bij het ge­estelijke levenspad. Maar het is de eenzijdigheid bij het materialistische denken en streven waar de schoen wringt.

 

- Hoe kan het oprukkende materialis­me in onze moderne maatschappij een halt toe worden geroepen? Zijn de politici daartoe in staat? Nee, zij zeggen dat dit een mentaliteitskwes­tie is, en dat zij daar niets aan kun­nen doen. De religies zouden hier wel iets aan kunnen doen indien zij in de praktijk filosofische discussies zouden aan­gaan met niet-gelovigen, maar zij zijn daar steeds minder toe in staat. En doet men tóch een po­ging daar­toe, dan spreekt men de men­sen niet aan 'op het ge­zonde verstand'.

 

Het materialisme heeft als drijfveer de hebzucht in de mens en de ge­makzucht bij het denken, wat nog aange­wak­kerd wordt door de recla­mes van de bedrijven. De enige effec­tieve kracht om het op­rukkend mate­rialis­me een halt toe te roepen is volgens mij het (op het gezonde verstand gebaseer­de) geestelijk realis­me. Maar dan zou deze filosofie wel opgepakt dienen te wor­den door de religies in de wereld, door de politie­ke partijen in de we­reld, de onder­wijssystemen en de media (nieuws­bladen, TV, in­ter­net, films enz.). Maar... dan moet de maat­schappij het materialis­me ook eerst leren zien als een le­vens­bedrei­gende woeker-ziekte. En ik vrees dat de wereld daarvoor eerst doodziek en ten einde raad moet zijn, voordat men open staat voor een medicijn zoals het geestelijk realisme.

 

Nu komt er tegenwoordig steeds meer niet-kerke­lijk geloof in de we­reld. Maar ook dit zal geen vuist kun­nen maken tegen het materialis­me.

 

Maar toch... indien we nu alleen al de politie­ke en religieuze machtheb­bers zou­den kun­nen overtuigen van de nood­zaak en effectiviteit van het geestelijk realis­me, dan waren we al een heel eind op de goede weg. Het geestelijk realis­me kan aansluiten bij elke we­reldreli­gie en bij elke politieke hoofd­stro­ming en het is heel prak­tisch toepas­baar omdat ieder mens die een beet­je kan en wil nadenken er bereikbaar voor is. En niemand wordt iets afge­pakt, men krijgt er alleen een geeste­lijke dimen­sie bij, wat een verrijking en vermenselijking is voor de persoonlijkheid. En men hoeft er niets voor te dóén, alleen maar ergens mee te stóppen, name­lijk met het uitsluiten dat er een werkelij­ke mo­gelijkheid be­staat, dat er wél een verder-leven zal zijn van z'n geest na z'n sterven.

 

Ik zou dus iedere wereldburger wil­len toeroepen:  SLUIT NIET UIT DAT DE MOGE­LIJK­HEID BESTAAT

 

DAT NA JOUW STER­VEN JE LEVEN VERDER GAAT!       zie ook internet:

 

http://home.wanadoo.nl/~leven-na-de-dood

 

- Tot zover deze inleiding.

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Wij als Rulof-boekenlezers mogen eigenlijk wel dankbaar zijn, dat wij mogen begrijpen hoe natuurlijk, zorgzaam en liefdevol Gods schepping in elkaar zit. Zoveel unieke informatie over het werkelijke leven vindt men in geen andere boeken. Een van de unieke aspecten uit onze boeken is, dat zowel de reïncarnatie alsook het hiernamaals (hemelsferen/astrale gene zijde) als werkelijkheid beschreven en aanvaard wordt. In het oosten gelooft men met name in reïncarnatie en in het westen met name in het hiernamaals. En in het oosten gaat men meer uit van een rechtvaardige Schepper en in het westen van een liefdevolle Schepper. Maar de Rulof-boeken gaan dus uit van zowél reïncarnatie als van een hiernamaals, en van zowel een rechtvaardige als een liefdevolle Schepper. Een voorbeeld van beide aspecten is de volgende stelling:

 

'REÏNCARNATIE IS LIEFDEVOL', is 'n stelling die je als volgt kunt onderbouwen: Indien wij mensen maar één leven zouden hebben, zou het verschil tussen iemand met een fijn, gezond, rijk en makkelijk leven én iemand met een rot, ziek, arm en zwaar leven, veel te groot zijn. En door dit verschil zou het leven als geheel dan onrechtvaardig, oneerlijk en liefdeloos lijken. Maar indien je reïncarnatie dus wél zou erkennen, kun je die verschillen als tijdelijk zien en weten dat in een volgend leven de rollen wel eens omgekeerd kunnen zijn. En zo kun je het hele leven en God wel als rechtvaardig zouden blijven zien. De meeste Christenen geloven echter nog niet in reïncarnatie en kunnen daardoor God niet echt als liefdevol, rechtvaardig en eerlijk begrijpen.

 

Al deze aspecten worden hier in deze unieke boeken erkend, bestudeerd en verklaard. En daarom zijn wij dankbaar dat deze boeken er zijn en op ons pad mochten komen. We dienen daarbij ook te beseffen dat van deze unieke informatiebron nog maar weinig wereldburgers kennis mochten nemen en daarom willen wij als Boekenwijzer-redactie graag wat reclame maken voor deze boeken, niets opdringen maar de mensen er op attenderen: "Medemens, deze boeken zijn er ook en daar staan heel belangrijke en nuttige dingen in voor uw geestelijke groei en geluk!" Maar, reclame maken in de vorm van advertenties, posters, stickers enz. is duur en hebben wij geen centjes voor, maar we hebben echter een andere vorm van reclame maken ontdekt en die kost nagenoeg geen geld, alleen tijd en moeite, en dat is met de computer via internet. We zijn daar afgelopen maanden intensief mee bezig geweest.

 

Zoals u weet hebben wij een eenvoudige website ( internet etalage;

 

home.12move.nl/~se634389 ) waarop ook informatie over Jozef Rulof staat. Daar hebben we nog wat informatie over zijn boeken bij gezet en die website zijn we vervolgens gaan aanmelden bij een aantal zoekmachines (o.a. Google) zodat we ook door iedereen die op internet naar het geestelijke, naar spiritualiteit aan het zoeken is, gevonden kunnen worden tussen al die miljoenen andere websites. We hebben ons daarvoor ook aangemeld, als link (verbinding naar ons) bij een aantal andere websites die iets over Jozef Rulof zeggen en verder nog bij een groot aantal (" 250) 'startpaginas' (websites die een overzicht geven van links) over allerlei spirituele onderwerpen. Eigenlijk hebben we al de mensen van die websites gevraagd of ze ons willen vermelden, en daarbij vragen zij dan ook vaak of wij als Boekenwijzer, als tegenprestatie, bij ons ook hun website-naam willen vermelden. En dat hebben we toegezegd en doen we dus bij deze, in de Boekenwijzer, omdat onze eenvoudige website daar niet zo geschikt voor is en ook omdat deze daardoor dan te 'rommelig' zou worden.

 

De websites waarvan we weten dat ze momenteel onze website zijn gaan vermelden, zijn:

 

(zie hiervoor verder op pagina 1219)

 

- Deze opsomming zal in de volgende Boekenwijzer(s) vervolgd worden.

 

- Voor alle duidelijkheid vermelden wij hier nog even bij, dat wij als Boekenwijzer, door het vermelden van deze website-namen, niet instemmen met de gehele inhoud van al deze websites. 't Gaat hier alleen om een wederzijdse vermelding en 't is dus geen advies aan onze internettende abonnees om de genoemde websites eens te gaan bekijken.

Sorry abonnee, die niets van computers of internet afweet, dat we u hebben lastig gevallen met dit soort moderne praatjes. Maar het is ons er alleen om te doen om meer bekendheid te geven aan Jozef Rulof's boeken.

 

- Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

 

Beste lezer,

 

In de boeken van Jozef Rulof kunt u ook lezen over mensen met een sterk christelijk geloof en die daardoor in hun laatste leven al een hoge geestelijke afstemming hadden. Zo zijn er Jozef's moeder (zie Jeus van Moeder Crisje) en priester X (zie Zij die Terugkeerden uit de Dood). Beiden hadden Christus als hun grote voorbeeld. We vermoeden dat deze twee, achteraf gezien vanuit Gene Zijde, wel het een en andere zouden hebben willen veranderen/verbeteren aan de christelijke geloofsleer zoals die nu op aarde is, zodat die starre, misvormde leer weer meer effectief en overeenstemmend met de waarheid zou worden voor de grote massa. Het geloof zou dan ook weer aantrekkelijker worden voor de meeste moderne westerlingen, die nu eigenlijk géén echt geloof meer hebben en nog alleen maar materialistische doeleinden nastreven. De christelijke geloofsleer zou weer zo oorspronkelijk dienen te worden zoals in de eerste periode na Christus. Die eerste Christenen waren mensen van daden, meer dan van woorden. (En er waren toen nog Christenen die geloofden in reïncarnatie en karma, maar dit werd helaas in 553 bij het concilie van Constantinopel uit de officiële kerkleer verbannen.)

 

Maar dat was vroeger; we leven nu en kunnen ons nu afvragen: wat zou er bij de geloofsleer van de huidige christelijke kerken (katholieke, orthodoxe, protestantse) moeten veranderen, om ze weer aanvaardbaar te maken voor onszelf?

 

Wij denken: om te beginnen, de 'verdoemdheid' eruit. Want alle gedane zonden (wanneer men inging tegen de wetten van God) kunnen wél weer ooit goedgemaakt worden; voor altijd in een hellesfeer blijven, kán niet want iederéén zal ooit het AL bereiken; een straffende God bestaat niet, wel een liefdevolle, rechtvaardige God Die altijd van ál Zijn kinderen blijft houden en iedereen groeimogelijkheden blijft aanbieden. Die hele verdoemdheid is een verzinsel van de kerken die de mensen bang en afhankelijk wilde maken, en dáár zou een definitief einde aan moeten komen.

 

En verder zou de reïncarnatie (evolutie van de ziel door meerdere levens) alsook de karmische rechtvaardig-

 

heidswetten (oorzaak-en-gevolg goed mogen maken) door de kerken erkend dienen te worden. En dan bedoelen we wel de juiste leer hierover, zoals men die kan lezen in de Rulof-boeken, omdat hier ook onzuivere opvattingen over bestaan (met name afkomstig vanuit oosterse landen). Zo weten wij bijvoorbeeld, dat karma niet 'afgekocht' kan worden door rituelen, aanroepingen of yoga/meditatie-oefeningen en we weten ook dat men niet als dier kan reïncarneren.

 

Maar dit even terzijde, we hadden het dus over drie veranderingen: de 'verdoemdheid' er uit en de reïncarnatie en karma-leer er bijgevoegd.

 

Indien nu zowel de katholieke kerk alsook de protestantse kerken deze drie aanpassingen in hun geloofsleer zouden opnemen, dan waren we al een héél eind in de goede richting. Het zou allemaal begrijpelijker en rechtvaardiger overkomen. Dan zou in één klap de ontkerkelijking stoppen, het christelijk geloof zou weer groeien in de wereld en zou weer serieus genomen worden door niet-gelovige intellectuelen, door de materialistische massa in de moderne westerse maatschappij en door de andere religieuze stromingen in de wereld.

Maar voordat we nu als 'nieuwe apostelen' onze wijsheid aan Christenen willen gaan verkondigen, zouden we ons eerst nog twee dingen kunnen afvragen:

 

1/ "In hoeverre hebben we zelf Christus als voorbeeld voor ons eigen leven, voor ons eigen gedrag?"

 

2/ "Wat is voor de christelijk gelovigen van nu  het aantrekkelijke van het hebben van onze kennis over reïncarnatie, karma en verdoemdheid?"

Die eerste vraag dient ieder voor zichzelf te onderzoeken, zodat je weet of je naar anderen toe geloofwaardig over kunt komen om gerespecteerd te worden.

 

En wat de tweede vraag betreft, hebben we als argument. Waarheid, begrijpelijkheid, natuurlijkheid en rechtvaardigheid zijn op zich al aantrekkelijk. Dat is ook de reden waarom bijvoorbeeld het idee over reïncarnatie in onze westerse wereld steeds meer aanvaard wordt en serieus genomen wordt, zelfs door niet-gelovigen. Zo is er onder de Nederlandse bevolking al best een hoog percentage dat in reïncarnatie gelooft. En daardoor zien we er zelfs TV-programma's over, zelfs bij christelijke omroepen, zoals bijvoorbeeld: 'Wie was ik' bij de KRO.

 

Zo zien we dat de Goddelijke waarheid niet te verdoezelen valt, ook niet door de kerken, en vroeg of laat dus toch naar voren komt. Maar... het AANBIEDEN van deze geestelijke waarheden, en de aantrekkelijkheid er van aantonen, is iets waarin wij als Rulof-lezers momenteel een actieve rol zouden kunnen spelen. Misschien bent u er wel aan toe in uw gevoel; overweeg dan eens om dit als uw taak te zien.

 

- Tot zover deze inleiding.

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

We zitten al een halve eeuw in de Eeuw van Christus. Maar hoeveel Christenen wéten dit? Dat zijn er he­laas maar weinig! Het christendom is helemaal opgesplitst in honderden kerkgemeenschappen en stromingen en dát, terwijl er toch maar één Jezus Christus bestaat. En ál die afzonderlij­ke kerkgemeenschappen denken het béter te weten dan de rest van de wereld, terwijl een bundeling van krachten toch zo hard nodig is om de mentaliteit van de massa in onze mo­derne maatschappij te verbeteren, op te trekken naar het niveau van de eerste sfeer.

 

Toch zal er in de toekomst nog maar één universeel christendom zijn en wellicht ook maar één wereldreligie. Maar tót die tijd zal er nog veel moe­ten veranderen aan het huidige chris­tendom en dat kan alleen met hulp van Gene Zijde.

 

Wát er zoal veranderd dient te wor­den, kunnen we lezen in de boeken van Jozef Rulof. We krijgen uit deze boeken betrouwbare informatie over dingen zoals: de wetten van God, over reïncarnatie, karma, evolutie van de ziel, goedmaken, werken aan jezelf (karaktereigenschappen), de aarde als geestelijke levensschool, over de als­trale sferen en kosmische graden.

 

Dit alles zal de 'gelovige' van de toe­komst kennen. En wij als Rulof-lezers zijn dus de pioniers van de toekomsti­ge religie.

 

Helaas maar weinig christenen uit de huidige maatschappij verdiepen zich in andere spirituele boeken dan de bij­bel, catechismus of kerkboek. En dat is een belangrij­ke reden waarom een van de Boeken­wijzer-redactieleden een internet-web­site (linken-startpagina) heeft gemaakt voor en over christe­nen, genaamd: http://geloven-en-be­grij­pen.jouwpagi­na.nl . Indien u ge­bruik kunt maken van een computer met 'internet', kunt u er eens naar kijken en er bevriende christenen en kennis­sen naar doorver­wijzen. Op deze website staan, naast geestelijke gedichten ook een aantal stellingen. Niet iedereen kan beschik­ken over internet, dus geven we hier de geplan­de 'inspiratie-stellingen':

 

- Eén Bron: er bestaat maar één God, één Schepper, en dat is een God van Liefde.

 

- Alléén Jezus Christus wijst ons de Weg van de LIEFDE.

 

Wanneer de mensheid Christus beter gaat begrij­pen, gaat de mensheid zich ook chris­telijker gedragen!!!

 

Naar een groot, universeel Christen­dom in de eeuw van Christus

 

(voor de gehele mensheid):

 

- Als we nu naar onze moder­ne we­reld-maatschappij kijken, zien we helaas, dat Jezus Christus nog door te weinig men­sen aanvaard en begre­pen wordt  en ook dat veel Chris­te­nen nog te weinig van de boodschap van Jezus begrij­pen.

 

- Via Jezus Christus kunnen we meer gaan begrijpen van God, Gods liefde, Gods wetten en van het leven zelf.

 

- Door voldoende van God te begrij­pen, kunnen we beter geloven in God, die 100% liefdevol en tevens 100% rechtvaardig is, ondanks alles wat er op aarde gebeurt en is gebeurd.

 

- Als we God beter zouden kunnen BEGRIJPEN, zouden we God ook beter kunnen AANVAAR­DEN  en zou ons geloof weer net zo krachtig worden als bij de eerste Christenen.

 

- Als je het ooit moeilijk krijgt in je leven, weet dan dat dit geen wreed toeval is en dat dit een periode is van tijdelijke duur. Na regen komt altijd zonneschijn. En na die moeilijke tijd ben je weer een stuk gegroeid, als méns, met meer diepte en meer inner­lijke harmonie. Vooral achteraf zul je dit voelen en weten, maar een wijs mens weet dit al eerder.

 

- Het leven biedt de mens de mogelijk­heid dat z'n ziel kan groei­en. Het gaat daarbij niet alleen om de psy­che, maar vooral en met name om het ka­rakter en de menta­li­teit. Wer­ken aan je ziel, aan je zelf, aan je geestelijke evolutie, wil dus zeggen dat je een beter, men­selijker mens wil worden, liefdevoller, christelijker, vriendelijker, positiever, enz. Daarin is het écht mogelijk te veranderen, te verbeteren. Het gaat wel vaak moeizaam en langzaam, met vallen en opstaan, maar het is werke­lijk de moeite waard, omdat je er eeuwig gelukkig-zijn mee verdienen kunt in een hiernamaals dat realisti­scher is dan ons huidige leven op aarde.

 

- Liefdevol worden: de ziel, de godde­lij­ke kern die diep in ieder mens zit, die kunnen we in ons ontplooien, kunnen we wakker maken, door goed te doen, in harmonie te komen, door liefde te geven, hartelijk te zijn, door van het leven en de mensen te houden en te blijven houden.

 

- Veel mensen die een bijna-dood-erva­ring hebben gehad, geloven met meer overtuiging dat ze verder zullen leven na de dood  dan menig priester of theoloog.

 

- Er bestaat maar één God, één Schep­per van het heelal, van het geestelijke en het stoffelijke universum, van de mensen, dieren en planten, en daarom zal er uiteindelijk ook maar één we­reld-religie komen.

 

- Alle mensen zijn kinderen van God en Christus was Gods eerste kind en daarom zal, wanneer er nog maar de EEN wereld-religie is, dit een vorm van Christendom zijn (groot, universeel Christendom), waarin de wetten van God begrepen en toegepast zullen worden.

 

- Er is maar EEN Jezus Christus en er dient uiteindelijk ook maar EEN Chris­tendom te komen en dus ook maar EEN soort Christenen.

 

- Jezus Christus is voor ALLE mensen hét grote voorbeeld  hoe te leven. Wie volgens de boodschap van Christus leeft, werkt op de beste manier aan zichzelf, aan z'n geestelijke toekomst, aan z'n ontwikkeling van liefde, be­wustzijn, innerlijke vrede en gevoel van echt geluk.

 

- Alleen door liefde te geven in je da­den, dus door de dienende liefde, oftewel een liefdevolle, actieve levens­houding, ontwikkel je INNERLIJKE LIEFDEKRACHT, en het hebben van innerlijke liefdekracht is het allerbe­langrijkste in ons leven en is ons enige waardevolle bezit in het leven na de dood; het bepaalt daar namelijk je plaats, je geluk, uitstraling en kracht.

 

- Jezus Christus heeft de hoogste waarheid verkondigd. Jezus Christus is voor iedereen De Weg, Het Voor­beeld en De Meester; vroeg of laat zal IEDER mens dit moeten erkennen.

 

- De menselijke ziel ontwikkelt zich door het leven te beleven. Daarom is het leven heilig en dienen wij ieders leven te respecteren en nooit iemand te doden. Iedereen krijgt van God z'n leven te leven en de mogelijkheid om z'n ziel te ontwikkelen naar meer lief­de en harmonie  en niemand heeft dus het recht om 'n ander die mogelijkheid te ontnemen.

 

- Jezus Christus is de meest liefdevol­le, bewustste, intelligentste en wils­krachtigste mens in het Universum. Hij is de eerste mens en ook de meest vergoddelijkte mens in de schepping. Wij zijn allemaal kinderen van God  en alle mensen zijn dus broeders en zus­ters van elkaar. En omdat Christus dus onze oudste broeder is, mogen we Hem altijd om steun vragen bij onze levenstaken.

 

- De menselijke ziel, met al z'n karak­tereigenschappen, gevoel, geweten, liefdekracht, talenten, wilskracht en karmische ballast, kan niet helemaal ontwikkeld worden in slechts één mensenleven. De ziel kan alleen volle­dig ontwikkeld worden door wederge­boorte, moederschap en vaderschap, de dienende liefde en door het goed-maken van zonden (het in harmonie brengen van onze overtredingen van de Goddelijke wetten in ons (verre) verleden).

 

- Jezus Christus is de enige Die ons leert wat ware liefde betekent en hoe we ons die liefde eigen kunnen maken. Jezus Christus is de vergoddelijkte mens  en Hij toont ons De Weg om aan onszelf te werken  zodat ook wij goddelijker kunnen worden.

 

- God heeft ons als ziel geschapen, als ziel die eeuwig blijft leven. God heeft voor ons tevens de mogelijkheden geschapen, om ons te kunnen ontwik­kelen naar een goddelijker, liefdevoller en gelukkiger toestand. God gaf ook iedereen een vrije wil, want zonder vrije wil zouden we nooit goddelijker kunnen worden (we kunnen ons toch niet een Christus zonder wilskracht voorstellen). Door die vrije wil, echter, kunnen we ook zelf kiezen of we De Weg, die Christus ons toonde, willen volgen of niet. Ieder mens kan dus vrijwillig kiezen of ie De Weg van Christus wil bewandelen of niet, of ie aan de evolutie van z'n ziel wil werken of niet en of ie zonden wil begáán of juist wil goedmaken, in harmonie bren­gen. Die verantwoordelijkheid heeft ieder mens en zal ie altijd blijven be­houden. En niemand kan die verant­woordelijkheid van ons overnemen, ook Christus niet.

 

- Het GOED MOGEN MAKEN van zon­den, die we in het verleden begaan hebben, is een zegen! God geeft ons altijd de mogelijkheid daartoe. Een 'eeuwige verdoemdheid' bestaat dus niet. Het goed mogen maken van zonden, is de ENIGE MOGELIJKHEID om weer terug in de goddelijke harmo­nie te komen, om dus weer innerlijke vrede en geluk te kunnen beleven. En daarom is het een genade en dient men er (met aanvaarding) de schou­ders onder te zetten in plaats van het (uit gemakzucht) voor zich uit te

schuiven.

 

- Het geluk en de liefde welke we op aarde mogen beleven, bijvoorbeeld in ons gezin, is niet het hoofddoel van ons leven. Het geluk en de liefde die wél het hoofddoel zijn van onze ziel (wat we kunnen ontwikkelen en na­streven) ligt in het hiernamaals, dat ook een gedeelte van Gods schepping is. Indien we dus willen weten met welk doel we aan onszelf werken, dienen we ons ook in het hiernamaals te verdiepen. En als we weten welk geluk ons dáár te wachten staat, zijn we tevens beter gemotiveerd om aan ons zelf te blijven werken.

 

- Jezus Christus weet het best hoe God ís. We kunnen dus het best via Christus leren begrijpen hoe God ei­genlijk is. En als we God, Zijn aard en wetten beter gaan begrijpen, zal ook ons geloof in God zich verdiepen. Christus is dus De Weg en we dienen dus beter te leren begrijpen wat Zijn boodschap en taak is voor de mens­heid. Hij wijst ons de kortste en minst moeizame weg voor de ontwikkeling van onze ziel en daar mogen we Hem wel dankbaar voor zijn.

 

* Deze stellingen dienen er dus voor om christenen te laten zien dat er door Christus tegenwoordig méér gees­telij­ke kennis is gegeven aan de mens­heid dan wat zij kunnen lezen in hun bijbel, catechismus of kerkboek. Overigens, indien deze boeken de enige basisboe­ken voor het christendom zouden zijn, dán zou Chris­tus die wel zélf ge­schre­ven heb­ben, maar dat is dus niet zo.

 

Toen Jezus 2000 jaar gele­den ver­moord werd, was Zijn missie nog niet klaar. Hij zou de zoe­kende mens zeker niet aan z'n lot over laten. Vandaar dat er ook andere boeken ge­schre­ven zijn, in opdracht van Jezus Christus, name­lijk die van Jozef Rulof.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

  

 

 

Beste lezer,

 

Als lezers van de boeken van Jozef Rulof weten we wie Christus is (eerste mens, onze oudste broeder, hoogst ontwikkelde mens in de schepping enz.) en wat zijn boodschap was. Christus vertelde over een verder leven na de dood, over de evolutie van geest en ziel, over liefde als doel en middel... Liefde als doel en middel... Prachtig! Maar dit is allemaal theorie en de vraag is: wij als theoretici, wat dóén we daar mee? Hoeveel zijn wij daar in de praktijk mee bezig? En, omdat men een ware christen vooral aan z'n daden herkent, kunnen wij ons afvragen: hoe 'christelijk' zijn wij zelf? Wij met al die unieke kennis over de geestelijke waarheid van het leven, zijn wij 'christelijker' dan de traditione­le, kerkelijke 'christenen'? Ik denk dat het antwoord hierop 'nee' zal zijn, want je bent immers 'christen' naar­ma­te je liefde hébt en gééft en die liefde heb je door: goed­maken, goed­doen en hard werken aan jezelf, je eigenge­maakt in vele levens en... dus niet door nu een serie goede boe­ken te lezen. Maar... wat onder­scheidt ons dan wél van andere 'chris­tenen'? Wij als Ruloflezers zijn volgens mij bij het toepassen van de dienende liefde bewuster en zuiver­der gemotiveerd. Wat dit in­houdt, zal ik proberen uit te leggen door een praktisch voorbeeld: Ik woon in een stad en bij mij in de straat heeft een oud stel snel even hulp nodig. Ik help die mensen enkele dagen een half uurtje tot het probleem verholpen is. Waar het nu om gaat is: WAAROM help ik? Uit medelijden? Om te laten zien hoe een goed mens ik ben? Om te laten zien hoe beschaafd ik ben? Om mijn schuldgevoel te sus­sen? Omdat ik het mijn plicht vind? Uit angst dat men mij zou verwijten als ik het niet ge­daan zou hebben? Om even afgeleid te zijn van mijn eigen proble­men? En zo zijn er wellicht nog meer mogelijke redenen op te noemen, maar... dit zijn allemaal geen ZUIVE­RE redenen waar­om de ene mens de ander dient te helpen. Natuurlijk zijn zulke redenen voldoende om te helpen bij het ge­noemde voorbeeld. Maar de motivatie dient toch zuiverder en dieper te zijn, indien we het hebben over werkelijke hulp­verlening en op grote schaal in onze maatschappij  en ook indien we het hebben over die­nend werk kunnen doen in het hierna­maals: bijvoorbeeld in de sfeer die een sfeer lager ligt dan jouw afstemming is, of bij dienend werk in de sfeer der aarde of bij liefdewerk in de duistere sferen. Dan dien je véél zuiverder gemotiveerd te zijn  anders hou je het niet lang vol.

 

In de Rulof-boeken hebben we gele­zen, dat men in het land van haat liefdewerk doet, niet uit medelijden, want dan ga je over in de ellende van degene die je wilt helpen en 'verlies' je jezelf, kun je jezélf niet meer zijn, je eigen afstemming niet meer vasthou­den. Daardoor verlies je de kracht en de mogelijkheid om die ander te kun­nen helpen.

 

Zó belangrijk is de motiva­tie en dáár mediteert men dan ook lange tijd over z'n drijfveer, over de werkelijke reden waarom met dienend werk wil doen. Maar... wélke zuivere moti­vatie dient dat dan te zijn? Je doet het om voor jezelf een hogere afstemming te ver­dienen, dus om jezelf meer liefde en geluk eigen te maken. Dat klinkt mis­schien egoïstisch maar dit is de enige eerlijke en werkbare motivatie aan gene zijde en zou het eigenlijk ook moeten zijn bij mensen die op aarde iemand hel­pen. Dan zou de hele aarde in een hogere afstemming ko­men en dat is de bedoeling van Chris­tus.

 

- Ikzelf, als schrijver/denker, ken de theorie, maar moet in de praktijk over de dienende liefde nog veel leren; bij mij gaat het niet zo zeer over de onzui­verheid van mijn motivatie om te hel­pen, maar  ik kóm er vaak niet toe; in de praktijk ben ik vaak te passief. Misschien ben ik nog te veel met mezélf bezig en met 'sociaal overle­ven' in deze maatschappij. Misschien twijfel ik nog te veel aan mijn moge­lijkheden om iemand te kúnnen hel­pen. Misschien ben ik van karakter nog wat te passief en afwachtend; wie weet, heb ik in een vorig leven in India geleefd waar velen zo passief zijn naar hun eigen lot en dat van anderen? Maar gelukkig kan ik, wat betreft daadkracht en hulpbereidheid, nog veel leren van mijn vrouw, die zich dit wel reeds in haar karakter­ heeft eigen gemaakt.

 

- Als het onze levenstaak op aarde betreft, geldt het principe: doe dat soort werk waarin je goed bent, waar je gevoel voor hebt, dat jou lígt en dat je daarom (enigs­zins) graag doet. Maar als het de die­nende liefde be­treft, is dit iets wat iedereen dient te leren en toepassen, ieder op z'n eigen ma­nier. Het hoeft natuurlijk niet meteen per­fect te luk­ken. Ook hier geldt: al doen­de leert. En we hoeven niet te vrezen dat onze hulp niet efficiënt zal zijn, want voor dege­ne die hulp nodig heeft geldt meestal: alle oprechte hulp is welkom. En vaak is, als je hulp krijgt, het ge­voel dat iemand je echt wilt helpen, nog be­lang­rijker dan de prakti­sche hulp. Een beetje warme aan­dacht, een vriende­lijk gebaar en een positieve gedachte in de vorm van enkele woor­den, doen al vaak wonde­ren. Deze geven iemand de moed om verder te gaan, om niet bij de pakken neer te gaan zitten, maar om de draad weer op te pakken en om mogelijkhe­den te zoeken voor het oplossen van z'n problemen, zodat men zich zelf weer verder kan helpen. De mens kan zichzelf beter helpen dan ie denkt, als ie maar af en toe een positief duwtje in de rug krijgt van een medemens.

 

- Als ik iemand tegenkwam die hulp kon ge­bruiken, dacht ik tot voor kort meestal: toeval bestaat niet, die heeft z'n eigen probleem ver­oor­zaakt, dus die moet het ook maar zelf oplos­sen, ieder heeft zijn eigen verant­woor­delijk­heid, punt. Maar tegenwoor­dig denk ik daar nog bij: toeval bestaat niet, dus ik kom niet toevallig die medemens te­gen; misschien kan ik op de een of andere manier helpen, zodat ie vervol­gens zichzelf verder kan hel­pen. Ik krijg hier misschien de moge­lijkheid om die ander een positief duw­tje in de rug te geven, zodat we daar beide beter van worden.

 

- Jozef Rulof heeft ooit gezegd dat we niet allemaal 'sociaal werkers' hoeven te worden. Volgens mij bedoelde hij daarmee niet dat wij geen dienende liefde moeten toepassen, maar, dat wij onze liefde in eerste instantie dienen te richten op de mensen uit onze naaste omgeving en pas in tweede instantie op mensen die verder van ons van­daan wonen, en verder, dat wij ons niet te 'graag' met ande­ren moeten bemoeien terwijl we niet of te weinig aan ons eigen karakter willen werken.

 

Jozef Rulof en ook zijn moe­der (Crisje) hielpen maar al te graag, waar zij konden, andere mensen. Echter, dat was niet altijd zo een­vou­dig omdat mensen daar soms misbruik van wil­den maken. Daarom had­den beiden zo hun eigen methode om mis­bruik te voor­komen.

 

Angst dat er van je hulpbereidheid geprofiteerd wordt, mag echter voor niemand een reden zijn om medemen­sen niet te helpen. Voor mezelf heb ik dus een methode ge­zocht om misbruik te voor­komen. Ik hanteer daartoe twee leefregels:

 

1/ Ik hoef me nooit VER­PLICHT te voelen om hulp te geven (indien ik hulp wil geven dient dit 100% mijn eigen vrije keuze te zijn).

 

2/ Ik neem bijna altijd zelf het initiatief indien ik iemand ga helpen. (Alleen in hoge uitzondering geef ik hulp wan­neer men er mij NAAR VRÁÁGT en de kans is nóg kleiner dat ik hulp geef wanneer men mij geld vraagt.)

 

U ziet het, 2 simpele regeltjes, die kunnen voorkomen dat er van een hulpgever geprofiteerd wordt. En nu hebben we geen excuus meer om dáárom passief te blijven als er hulp nodig is.

 

Dus gewoon DOEN en van je mogelijk­heden gebruik maken om de ander en daardoor jezelf te helpen, zoals God het van ons wil en Christus het ons voorgedaan heeft.

 

- Nog even terugkomend op het begrip medelijden: word jij triest omdat je denkt dat iemand onrechtvaardig moet lijden, dat is dit: medelijden. Die triest­heid krijgt kracht omdat je de recht­vaardigheid van het leed, dat je waar­neemt, niet inziet. Immers, alle leed dat jij bij mensen kunt waarne­men, heb­ben die mensen ooit in hun verle­den (vorige levens) zélf veroor­zaakt. En zodra je daar ook in gevoel 100% van overtuigd bent, dan heeft dat trieste gevoel geen macht meer over jou en wordt het omgezet in een zach­te drang om die mensen te willen helpen zichzelf te helpen. Want jij kunt hen die ellende niet afpakken; jij kunt die last niet van hen overnemen. Bo­ven­dien kun jij hen alleen helpen indien zij aanvaarden dat ze hulp nodig heb­ben. Want alle hulp die je geeft aan mensen die niet geholpen wíllen wor­den is ver­spilde energie. Men dient dus open te staan voor jouw hulp en dán pas kun jij hen helpen zichzelf verder te helpen. Jij helpt eigenlijk dus alleen bij het opstarten van een pro­ces; de rest van het pro­ces dienen ze zelf te doen. Enkele voorbeel­den van hoe je iemand kunt helpen zichzelf te helpen zijn: het goede voor­beeld ge­ven, opti­misme uitstralen, een heel klein prak­tisch dingetje als gebaar, een goed gesprek, laten zien dat verande­ring, verbetering mo­gelijk is {veel mensen geloven hier niet (meer) in}, iemand moed inspre­ken om weer verder te gaan, laten zien dat men niet de enige is met proble­men en dat er veel men­sen zijn die nog grotere pro­blemen hebben, inzicht geven en ge­loof tonen in de diepere zin van het leven.

 

- Het kan zeker geen kwaad indien je eerst eens goed wilt nadenken over hoe je ie­mand wilt helpen. Maar we mogen er gerust op vertrouwen dat we op het juiste moment het juiste idee krijgen om bepaald iemand te kunnen helpen. Wie helpt, krijgt hulp en zeker als je er voor open staat. Er zullen dan nog vele andere methodes blijken te zijn dan welke ik daarnet opge­noemd heb. Volgens mij zullen we ons daar nog vaak over gaan ver­bazen.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

---------------------------

  

 

 

Beste lezer,

 

HET LEVEN IS GOED !!! Dit is niet alleen een theoretische stelling, maar ook een 'manier van denken', een 'praktische levenshouding' die we ons steeds meer eigen dienen te maken. En dat valt niet altijd mee in deze harde maatschappij. Toch is het de moeite waard om ons door die gedachte (het leven is goed) op het hogere af te stemmen, want goede gedachten vormen de basis voor goede handelingen. Deze gedachte geeft ons macht over ons eigen leven en daardoor groeien we de goede kant uit en daar gáát het toch om bij de evolutie van onze ziel. Is dát niet het doel van ons leven? En het begint allemaal met een simpele gedachte; maar... je moet ze wel willen denken en er wel in willen geloven.

 

"Het leven is goed' is geen formule om ons zelf iets wijs te maken; ook niet om weg te zweven, weg te vluchten en om zo buiten de maatschappij te komen staan. Nee het is juist een zeer realistische, met-beide-benen-op-de-grond-methode om jezelf af te stemmen op wat je met je leven wil doen. De boeken van Jozef Rulof leren ons het hoe en waarom van deze manier van denken. Er zullen altijd mensen zijn die de Rulof-boeken niet kennen, of nog niet begrijpen, en die ons zullen verwijten, dat we ons zelf iets wijs willen maken omdat 'het leven is goed' zo tegenstrijdig lijkt met onze rotte maatschappij, met het schijnbaar onrechtvaardige leven op aarde. Is dit niet bijna net zo tegenstrijdig als: in de tijd van de tweede wereldoorlog met als z'n verschrikkingen, de vernietigingskampen enz. toch geloven in een liefdevolle, almachtige God? Wie toen riep: "God is alleen maar liefdevol", werd ook voor gek verklaard; maar voor wie het leven werkelijk begrijpt, sprak ie wel de waarheid. Als we nu, bij alles wat er in de maatschappij gebeurt, het commentaar zouden geven "het leven is

 

goed", dan zou men ons waarschijnlijk ook voor gek verklaren. Maar... wat mensen van ons denken, of hoe mensen ons beoordelen, daarover hoeven wij ons niet druk te maken. Wat wel belangrijk is, is dat wij zelf leren begrijpen waaróm het leven, ondanks alles, toch goed is. Dan leren we er ook op vertrouwen dat het leven goed is, dat het goed is voor de evolutie van onze ziel, onze liefde, ons gelukkig-zijn en toekomst. En de Rulof-boeken kunnen ons geweldig van dienst zijn bij dit leren begrijpen en er op vertrouwen. Geen enkele andere leer kan u het leven zo goed laten begrijpen als die van de meesters van gene zijde, want die hebben het overzicht van het (verre) verleden, het heden en de (verre) toekomst, zowel voor individuele mensen als voor de gehele mensheid.

 

En hoe beter we het leven leren begrijpen, hoe beter we leren aanvaarden hoe het leven IS en dat dit leven goed is, altijd en voor iedereen. Dus hoe beter we het leven leren begrijpen, hoe gemakkelijker we het kunnen aanvaarden als zijnde GOED, ook ons eigen lot; en we gaan het dan niet alleen op die manier begrijpen, maar ook steeds vaker voelen (en dat is iets wat sommigen in het Oosten 'verlichting' noemen). Beste lezer, dit staat er dus los van hoeveel karma of oorzaak-en-gevolg we nog hebben, dus hoeveel we nog goed te maken hebben vanuit ons (verre) verleden.

 

Dit 'het-leven-is-goed-gevoel' heeft ook niets te maken met hoe rijk of beroemd men is. Een priester, psychotherapeut of wat voor trainer dan ook kan het je niet aanpraten omdat een gedeelte van je innerlijk er niet in kan geloven. De psychologie kent al lang de positieve effecten van 'positief denken'. Tot op zekere hoogte werkt dat bij iedereen die het wil uitproberen, maar... 'tot op zekere hoogte' omdat men de filosofie erachter zelf niet kent. Men maakt als het ware zichzelf wijs: het leven is goed (en zelfs dat heeft al een positief effect) maar men gelooft niet echt dat het leven ook altijd, werkelijk goed is. Voor hen zijn de schijnbare tegenstrijdigheden nog te groot om te kunnen overstijgen met hun levensvisie. Zij begrijpen nog te weinig van de werkelijke levenswetten van God. En indien je die kennis over God en Zijn wetten niet hebt (zoals wij die wel kunnen hebben via de Rulof-boeken) dan kun je het leven in de maatschappij en ook je eigen leven, altijd slechts gedeeltelijk als zijnde 'goed' begrijpen en aanvaarden. Je blijft dan telkens een gedeelte van het leven als 'slecht' ervaren, ook al doe je nog zo goed je best om dit niet onder ogen te willen zien. Daar is geen geloof, geen therapie of training tegen opgewassen. Alleen het leren begrijpen van de diepe werkelijkheid, van de achterliggende wetten van het leven, met als hoogste wet de Liefde, alleen daardoor kunnen we werken aan een natuurlijk gevoel van: het leven is goed, het is precies zoals het moet. Dan zal bij ons dat gevoel vanbinnenuit komen en is niet meer te verstoren door de schijnbare tegenstrijdigheden van de maatschappij.

 

Beste lezer, zonder die kennis van Gods wetten zoals wij die kennen uit de Rulof-boeken, zullen de mensen niet verder komen als: 'het leven is goed, maar...' of 'het leven vaak goed', en 'vaak' wil dus zeggen 'niet altijd' of 'onder bepaalde voorwaarden' en daardoor verliest de stelling 'het leven is goed' veel aan kracht. Men kan er dan dus niet met hart en ziel in geloven. En daarom ben ik zo dankbaar voor die geweldige kennis die ik heb mogen halen uit de boeken die via Jozef Rulof geschreven zijn.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

  

 

 

Beste lezer,

 

Hier volgt het verslag van een gesprek tussen 'n zoontje en zijn vader. Luister maar eens wat ze te zeggen hebben:

 

Deel 1 van 'MICHIEL'S VRAGEN AAN ZIJN VADER' (die een enthousiast lezer is van de Rulof-boeken):

 

- Pa, u leest zo vaak in die boeken van Jozef Rulof. Mag ik u daar eens iets over vragen?

 

- Jazeker, Michiel, daar mag je me alles over vragen.

 

- U heeft het vaak over ‘De leer uit de boeken van Jozef Rulof’, waarom was het ook alweer niet goed om ‘De leer van Jozef Rulof’ te zeggen?

 

- Dat heeft ermee te maken WIE die boeken geschreven heeft, Michiel. Jozef Rulof was alleen het instrument, het medium om die teksten op papier te kunnen zetten. Maar de werkelijke schrijvers waren de méésters van Jozef Rulof. En dát zijn wijze mensen die lang geleden op aarde geleefd hebben  en zijn doodgegaan, om daarna als geest verder te leven in het hiernamaals  en die dus ondertussen héél veel bijzondere levenservaring opgedaan hebben.

 

En omdat Jozef Rulof nou een bijzonder zuiver medium was, hebben hoge meesters via hem veel betrouwbare informatie kunnen doorgeven aan de mensen op aarde.

 

- Pa, vindt u het goed als ik u een andere keer vraag waarom Jozef Rulof zo’n bijzonder medium was? Nu wil ik graag weten waarom de léér uit die boeken nou zo bijzonder is. Dat is wat ik u vandaag eigenlijk wilde vragen.

 

- Heel goede vraag, Michiel. Er zijn immers wel honderden andere levensovertuigingen en religies waarin ge-geloofd wordt. Dus zal ik proberen je uit te leggen, wat ik nou zo bijzonder vindt aan de Rulof-leer.

 

Het is al heel bijzonder, dat je nergens anders zoveel informatie vindt over het hiernamaals dan in de Rulof-boeken  en ook nog wel betrouwbare informatie, die logisch, begrijpelijk en natuurlijk is. Maar wat ik het allerbijzonderste vind aan deze leer is, dat we hierin een God leren kennen en begrijpen, die hélemaal eerlijk en ook hélemaal liefdevol is. En er wordt tevens nog begrijpelijk uitgelegd waaróm dit zo is. Nou, Michiel, neem maar van me aan, dat je dit in geen enkel ander boek kunt lezen.

 

In boeken over God lees je meestal geen logische verklaringen.

 

Enÿ er zijn ook boeken waarin je kunt lezen dat er helemaal geen God zou bestaan  en weer in andere boeken staat geschreven dat er meerdere goden zouden zijn. Maarÿ in boeken waarin staat dat er maar één God is, daarin schrijft men meestal, dat die God een voorkeur zou hebben voor een bepaalde groep mensen en dat die groep door God bevoordeeld zal worden.

 

En dat vind ik dan weer niet eerlijk en daarom geloof ik dan niet alles wat in dié boeken geschreven staat. De God die ik heb leren kennen via de Rulof-boeken houdt van alle mensen evenveel en deze God bevoordeelt niemand en veroordeelt ook nooit iemand.

 

- Maar pa, als God niemand veroordeelt, hoe kan het dan dat sommige mensen na de dood in een gelukkige sfeer terecht komen, maar andere mensen in een ongelukkige sfeer? Is dat dan geen veroordeling?

 

- Ik denk dat ik jouw vraag begrijp, Michiel, en ik zal proberen je uit te leggen waarom God niemand veroordeelt. God heeft voor ál het leven een eerlijk, rechtvaardig systeem geschapen, waardoor iedereen in het hiernamaals automatisch terechtkomt op de plaats die hij, tot dan toe en met zijn vrije wil, verdiend heeft.

 

En God heeft ook nog een liefdevol systeem geschapen,

 

waardoor ieder mens in het hiernamaals  altijd weer kansen aangeboden krijgt, om weer verder te kunnen

 

groeien naar een gelukkiger sfeer. Dus niemand hoeft altijd in de sfeer te blijven leven waarin hij aankomt na het aardse sterven. Is het niet liefdevol, Michiel, dat God iedereen altijd de mogelijkheid aanbiedt om verder te kunnen groeien naar meer geluk?!

 

- Ja pa, ik begin het een beetje te begrijpen. In het hiernamaals is dus alles wel eerlijk en liefdevol georganiseerd. Maar hoe zit het dan hier op aarde? Dáár lijkt het er toch allemaal niet zo eerlijk aan toe te gaan. Heeft God daar dan een ander systeem geschapen?

 

- Nee, Michiel, God schept nergens ellende of oneerlijkheid  want God is puur liefde. De mensen zélf hebben de ellende op aarde geschapen. God heeft voor de mensen de mogelijkheid geschapen  dat ze zich kunnen ontwikkelen. God wil dat de mensen zich ontwikkelen in de goede richting, dus dat ze zich eigenschappen eigen maken zoals God die Zelf heeft  en waarvan liefde de belangrijkste is. Maar om die ontwikkeling voor de mensen mogelijk te maken, hebben ze ook een vrije wil ontvangen. En met die vrije wil kunnen de mensen ook lange tijd tegen Gods wil ingaan. Dan mísdragen ze zich  en dat is wat we nu vaak in de maatschappij zien. En dat ligt dus niet aan God. Ieder mens zal óóit leren om het goede te willen, maar dat duurt bij de ene langer dan bij de andere. Vele mensen denken alleen aan hun eigen voordeel op dit moment  en denken niet na over welke gevolgen dit gedrag heeft voor hun toekomst. Want, Michiel, ook op aarde is het eerlijkheidssysteem van kracht dat God voor de gehele schepping gemaakt heeft. En dat houdt voor ieder mens in: van iedere daad, dus ook de misdaad, die ik vandaag doe, zal ik ooit de gevolgen moeten dragen. Vroeg of laat krijg ik van iedere misdraging de rekening gepresenteerd en mag ik die rekening betalen om zo weer met mijn verleden in het reine te kunnen komen.

 

Aan dit systeem valt niet te tornen, en dan líjkt het wel eens hard, maar het is in feite liefdevol, omdat je steeds weer de mogelijkheid aangeboden krijgt om in het reine te kunnen komen en dus gelukkig te kunnen worden. Met een ‘slecht geweten’ kan immers niemand echt gelukkig worden.

 

God heeft dus niet alles geschapen, de mensen hebben ook veel geschapen, onder anderen hun karakters. God schept alleen goede dingen en de mensen scheppen zowel goede als slechte dingen. En die slechte dingen houden hen er van af om echt gelukkig te worden. Maar er komt een tijd, dat zelfs de grootste boeven blij zijn  dat ze hun misdaden weer goed MOGEN maken.

 

- Pa, nou heb ik toch nog een vraag: is de mens echt ónbeperkt vrij om misdaden te blijven doen?

 

- Nee, Michiel. God heeft de mens wel een vrije wil gegeven en biedt de mens allerlei leefgebieden, belevingswerelden, leerscholen, ontwikkelingssferen, dus evolutiemogelijkheden, maar die vrije wil die is BEGRENSD, en wel door Gods systeem van eerlijkheid. Hoe maak ik jou dit nou duidelijk? Ik zal je een voorbeeld geven:

 

Stel, er zijn 3 kinderen, Jan, Piet en Klaas. Jan ergert zich vaak aan Piet en hij geeft Piet op een gegeven moment een klap. Piet geeft Jan een harde klap terug, waardoor Jan in het ziekenhuis belandt. 60 Jaar later zitten Jan, Piet en Klaas bij elkaar in hetzelfde ouderen-tehuis. Jan en Piet kunnen nog steeds niet goed met elkaar opschieten.

 

In dit voorbeeld zie je, dat bepaald gedrag altijd een oorzaak heeft. Het nurkse gedrag tussen de oude mannen, Jan en Piet, wordt veroorzaakt door wat er in hun verleden gebeurd is.

 

God heeft een onfeilbaar systeem geschapen, dat er voor zorgt, dat iedere daad een oorzaak en een gevolg heeft. En mensen kunnen alleen dingen doen binnen dit logische systeem en dus niet er buitenom. En daardoor is hun vrije wil beperkt. En dat is de reden waarom, in het voorbeeld, oude Jan en Piet niet de neiging hebben om zich vervelend te gedragen tegen Klaas.

 

Begrijp je, Michiel. Door kennis van het verleden kun je verklaren welk gedrag er wel en niet plaats kan vinden. (En daaruit kun je overigens ook concluderen dat er geen toeval bestaat.)

 

            -----------------------------

 

+++++ Wordt vervolgd +++++

 

+++ Het 2e (en laatste) deel van

 

'MICHIEL'S VRAGEN AAN ZIJN VADER' komt in de volgende Boekenwijzer (nr 74) te staan.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

 

Beste lezer,  

 

Dit is het vervolg op de inleiding uit Boekenwijzer-73 (verslag van 'n gesprek tussen 'n zoontje en zijn vader):

 

- Nu wil je misschien ook nog weten wat ‘de beperking van de vrije wil’ inhoudt voor het leven in het hiernamaals?

 

- Ja, pa, en  u bent nou tóch bezig.

 

- Oké. In de Rulof-boeken staat, dat er in het hiernamaals een duidelijke ONDERGRENS ligt  en wel in de laagste sfeer, waarin de mensen leven die de meeste en grofste misdaden hebben begaan. Het is de meest ongelukkige sfeer die er bestaat. Zelfs de geest van de mens is daar bijna dood. Die sfeer heeft echter één voordeel: dieper zinken is hier niet mogelijk. Het lichaam van de mens ligt daar, door zijn eigen verleden lamgeslagen en hij kan zich in praktische zin dus ook niet meer misdragen. God heeft bepaald: tot hier  en niet meer verder naar beneden, punt uit!

 

- Pa, ik begrijp nou dat er een ‘ondergrens’ bestaat, maar, is er dan voor de mensen in het hiernamaals ook een ‘bovengrens’?

 

- Jazeker, een ‘bovengrens’ is er ook bij de sferen die we kunnen verdienen. Maar die grens ligt bijna oneindig ver, oneindig hoog.

 

Nadat we op aarde zijn gestorven, kunnen we namelijk nog duizenden en duizenden jaren aan onszelf werken voordat we in de gelukkigste hemelsfeer komen die bij de aarde hoort. En daarna komen er nog 4 kosmische graden waarin we ons stapje voor stapje dienen te ontwikkelen.

 

We krijgen dan steeds meer liefde, kracht en bewustzijn, maarÿ. Liefdevoller, machtiger of bewuster dan God kan niemand ooit worden. Dus bij God Zelf ligt de bovengrens.

 

In ons huidige leven hoeven we Gods grenzen natuurlijk niet op te zoeken, maar het is wel prettig dat je weet dat ze er zijn en dat je ook begrijpt waaróm. Het geeft je geborgenheid, zoals een kind zich geborgen voelt bij zijn ouders.

 

De mensen die tegenwoordig niet in God geloven, of mensen die geloven dat God anders is dan liefdevol en eerlijk, al die mensen missen dit geborgen gevoel en doen daardoor ooit rare, onnatuurlijke dingen, zoals bijvoorbeeld: het plegen van zelfmoord.

 

God heeft ieder mens, in het begin van de schepping, het geestelijk leven geschonken, een eeuwiglevende, onvernietigbare ziel. Michiel, je zou - als het ware - kunnen zeggen, iedereen heeft in zijn geest  zowel een klein motortje op zonne-energie  alsook een kompas. Dat kompas wijst ons voor eeuwig de weg richting God. Als we dus diep genoeg in onszelf zoeken, voelen we precies naar welke richting we dienen te groeien, zodat we uiteindelijk bij God terecht komen. En het motortje geeft ons altijd weer de energie om verder te leven, al wát er ook met onszelf gebeurd is door al onze blunders of zijweggetjes die we wilden uitproberen.

 

Maarÿ er zijn veel mensen, die NIET geloven in God en in de eeuwig levende ziel die ze van God ontvangen hebben. En als zo iemand nou denkt, dat alles in het leven lijkt tegen te zitten, die denkt dan wellicht ook dat z’n leven en alle ellende zal ophouden indien ie zelfmoord zal plegen.

 

Maarÿ dan zal ie duidelijk, meteen een van Gods grenzen ontdekken, maar het kwaad is dan al geschied. Die grens is dan namelijk, dat z’n geest niet te vernietigen valt, ook al doodt ie zijn lichaam. Die geest, met zijn gedachtes en gevoelens blijkt gewoon verder te leven, ook al gelooft hij daar op aarde niet in; daar kan niemand iets aan veranderen omdat God dat zo geregeld heeft.

 

God heeft aan al het leven een ondergrens en bovengrens gegeven. Dat geldt dus ook voor het aardse leven. Wat houdt dat hier in? Indien je bijvoorbeeld in 1950 op aarde geboren wordt en je zou volgens je levensplan in 2030 op aarde sterven. Maar, als je nu in 2006 – met je vrije wil - zelfmoord zou plegen, dan overtreed je dus een Goddelijke wet, en zul je als levende geest  tot 2030 opgesloten zitten in een vervelende toestand, in een tussensfeer, die vele malen erger is dan de tegenslagen die je op aarde had ervaren en die je dacht te ontvluchten door de zelfmoord. Echter, deze vervelende toestand heeft men zichzelf met z’n vrije wil aangedaan. God treft geen schuld. Had men maar ge-geloofd in God met Zijn liefdevol en eerlijk systeem, dan had men ook geweten, dat de (zelf-veroorzaakte) problemen die we op aarde ondervinden, zich niet eindeloos zullen opstapelen, maar alleen zóver, dat we het weer in harmonie kunnen brengen  en dat we er nog tevens iets nuttigs voor onze persoonlijkheid uit kunnen leren.

 

Door de eerlijkheidswetten weten we dat we niet hoeven goed te maken wat we niet ooit in vorige levens zelf veroorzaakt hebben. En door de liefdevolheidswetten weten we, dat we niet te veel tegelijk hoeven goed te maken. God geeft kruis naar kracht, weten we uit de Rulof-leer, en God kent de

 

krachten die we nu hebben.

 

Michiel, ik heb je nog niet verteld, dat het motortje, dat dus ook diep in jouw geest zit, een zacht zoemend geluid maakt, een geluid dat God er in het begin van de schepping ingelegd heeft. De allereerste mens die dit geluid heeft kunnen beluisteren en begrijpen, heeft het verwoord en doorgegeven aan andere mensen. En via, via, is het terechtgekomen in het begin van het Rulof-boek ‘De Volkeren der Aarde’. Michiel, lees dat zelf maar eens, dan zie je hoe eerlijk en liefdevol God het met ons voor heeft.

 

Bijlage: citaat uit ‘De Volkeren der Aarde’

 

"Mijn Eigen Leven. Ik spreek tot u als uw God, als uw Vader en Moeder, als uw Oppermacht. Mijn kinderen, Ik schiep u als Man en Vrouw. Aanstonds zult gij aan uw leven beginnen. Gij zult steeds verder en hoger moeten gaan om in al Mijn wetten te ontwaken en te worden als Ik ben. Gij zult daartoe leven en sterven. Daarna keert gij terug naar het onzichtbare leven, waar u afwacht en u zich gereed maakt voor het nieuwe organisme, dat Ik voor u schep. Een dood is er niet!

 

Wat Ik voor u schiep, is oneindig en behoort u toe. Door Mijn wetten te beleven zult gij Mij en Mijn schepping leren kennen.

 

U bent slechts een vonk van Mij en van het machtige geheel, waarin Ik leef, niettemin zijt gij Goddelijk. Ik zal u volgen, Mijn kinderen, en zo nodig uw wegen verlichten. Ook al ben Ik voor u onzichtbaar, Ik weet waarheen gij gaan zult en kan Mij met uw levens verbinden. En gij zult Mij kunnen zien en betasten, maar dan zal er liefde in u moeten zijn. Volgt Mijn wetten op en gij zult in vrede en rust uw levens beleven.

 

Hebt al Mijn leven lief, zoals ook Ik u liefheb. Gaat nu als man en vrouw door Mijn wetten, weet echter, dat gij in beide lichamen zult leven, want alleen hierdoor zal het Goddelijke ontwaken in u kunnen komen. Vele lichamen zal Ik voor u scheppen en deze zullen u dienen.

 

Ik leg Mijn oneindigheid in uw handen. Ik schiep alléén geluk voor u. Maar treedt Mijn leven tegemoet, zoals Ik u tegemoet treed. Mijn zegen hebt gij thans ontvangen.

 

Nimmer behoeft gij te denken, dat Ik er niet ben. U bent één met Mijn leven en niets kan ons eenzijn verbreken. U zult Mij steeds kunnen voelen, gij moet Mij echter in liefde benaderen.

 

Hebt Mijn ruimte en al het leven daarin lief. Weest eerlijk en oprecht jegens elkander en draagt elkander, bewust, in uw voelen en denken. Ik ga naast u!

 

In biljoenen vonken splitste Ik mij. Doet als Ik en vermenigvuldigt u, geeft andere vonken het leven. Dáártoe zijt gij vader en moeder, zó zult ge worden als Ik ben.

 

Dat, wat Ik voor u geschapen heb, moet u zich eigen maken.

 

Ik wil daarom, dat ge steeds het goede zoekt. Wie Mij en Mijn leven niet liefheeft, zal moeten beleven, dat Mijn wetten tot hem of haar niet spreken. Die levens staan dan stil. Weet, dat Ik geen uitzondering kan maken, want Ik heb u állen lief.

 

De stoffelijke en geestelijke schatten in de ruimte zult gij rechtvaardig verdelen. Zorgt, dat ge u niet vergrijpt aan het bezit van anderen, want dan zijt ge in opstand met Mijn wetten en verliest gij Mij.

 

Door Mijn wetten zult ge evolueren! Om u verrijst het Universum, Mijn en uw Huis, waarin Wij eeuwigdurend één zullen zijn. Weet Mijn kinderen, Ik schenk u alles van Mijzelf.

 

Vraagt Mij nimmer tot u te komen als gij duistere wegen bewandelt, want Ik gaf u een eigen wil! Weet, dat Ik leed noch smart schiep.

 

Wie voor Mij leeft, zal Mij bezitten. Gij zult Mij als uw God, als uw Vader en Moeder leren kennen.

 

Ik ben en blijf... LIEFDE!"

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

BEMOEDIGING

 

Zoals u weet hebben de Meesters van gene zijde het vaak over de dienende liefde als het beste middel om zelf geestelijk te kunnen groeien. Aan gene zijde zoekt men rustig een passende taak  en legt daarin dan al zijn liefde en wijsheid om zo z'n medemensen te dienen, dus om zo de ander en dus ook zichzelf verder te helpen.

 

Maar wij dan? Hier op aarde, waar we vaak nog midden in het proces zitten van (oorzaak-en-gevolg) goed-maken. Krijgen wij ook de gelegenheid om ons nog wat extra te ontwikkelen door middel van de dienende liefde? Natuurlijk - zult u zeggen - door vriendelijk en hartelijk te zijn voor de mensen die op ons pad komen. Of door het tonen van een positieve levenshouding - u weet wel - van 'het leven is goed'. Bovendien kunnen wij met onze kennis uit de Rulof-boeken ook nog toelichten waaróm het leven altijd goed is, overal en voor iedereen.

 

Maar... er is nog meer, er is nóg een aspect van de dienende liefde, dat we praktisch kunnen toepassen in ons dagelijkse leven, op de mensen die ons levenspad kruisen. En dat is: BEMOEDIGING.

 

Bemoediging is een praktische methode om je medemens(en) 'op te trekken'. Ieder mens kent het: een peuter wordt bemoedigd als ie de eerste keer op het potje (i.p.v. in de pamper) z'n behoefte doet. Maar eigenlijk heeft ieder mens van tijd tot tijd - als het leven zwaar te dragen is - bemoediging nodig  om verder te gaan op z'n levenspad. Echter, bemoediging krijgen, op het juiste moment, is alleen mogelijk  indien we samen een cultuur van bemoediging scheppen, dus een traditie waarin we elkaar bemoedigen.

 

Hierover een voorbeeld dat we onlangs hoorden:

 

Een jong moedertje uit Frankrijk bemoedigde bewust haar kinderen, met woorden zoals: Bravo! Prima! Knap hoor! Goed gedaan! Je doet het heel goed! Je hebt goed je best gedaan! enz. enz. Dat had een positieve uitwerking op de ontwikkeling van haar kinderen. En omdat ze ook haar man bemoedigde, deed deze ook extra zijn best om een goed dirigent te zijn. Hij had zijn uiterlijk niet mee, maar had talent genoeg voor zijn beroep. Echter liet hij zich nog vaak ontmoedigen door ervaren collega's die hun uiterlijk wél mee hadden.

 

Op een gegeven moment ging hij weer eens naar het grootste concertgebouw van Parijs om daar een bekende concertuitvoering bij te wonen. Hij had zijn oudste zoontje meegenomen, en - zoals hij vaker deed - wilde hij voordat het concert begon, eerst even een praatje maken met de dirigent. Hij had al vaker met hem gepraat en wist hoe beroemd deze man was in Frankrijk, alsook in het buitenland. Hij zag er nu echter niet zo gezond uit. Normaal was het een grote, knappe man, maar nu zag hij hem daar zitten als een zielig hoopje mens. Hij was ziek, maar wilde toch gaan dirigeren. Gelukkig besefte hij nu dat het hem echt niet zou lukken; hij kon nog niet eens goed op zijn benen staan. Dus vroeg hij aan onze jonge dirigent of deze het voor deze dag van hem over kon nemen. De jonge dirigent wilde wel helpen, anders was al dat publiek voor niets gekomen. Hij kreeg van de zieke dirigent wat korte instructies en ging toen, een beetje nerveus, het podium op. Hij keek naar het grote publiek, waar hij hier en daar wat teleurgestelde gezichten zag. Maar hij begon het concert te dirigeren. Na een onwennige start ging het al beter en beter. Het werd een prachtig concert. Maar, nadat de laatste noten gespeeld waren, bleef het doodstil in de zaal. Er kwam helemaal geen applaus - wat eigenlijk best beschamend was - totdat... er achter in de zaal een jongensstemmetje begon te roepen: Bravo! Goed gedaan! Je hebt het heel Goed gedaan! Prima! Heel goed...Papa! Goed gedaan, Papa. Applaus! Applaus! En het zoontje klapte heel hard in zijn handjes. En links en rechts van hem waren er mensen die al mee gingen klappen en na enige momenten klapte de hele zaal uitbundig. En dat duurde best lang, wat hartverwarmend was voor de jonge dirigent. Dit werd een keerpunt, ten goede, voor zijn carrière en het duurde niet lang of hij werd al net zo beroemd als de knappe dirigent die hij vervangen had.

 

We zien in dit voorbeeld hoe belangrijk bemoediging kan zijn en dat we niet vroeg genoeg kunnen beginnen om te leren hoe we elkaar kunnen bemoedigen.

 

En als je dit niet van je ouders of van school meegekregen hebt, kun je het nog altijd jezelf aanleren. We zijn toch volwassen mensen!

 

En ook als je van je ouders verkeerde dingen aangeleerd gekregen hebt, zoals: anderen ontmoedigen of angsten aanpraten, afbrekende kritiek geven of doom-denken, dan kun jij, als volwassen mens, dit jezelf ook afleren. Dan neem jij je verantwoordelijkheid en dit is beter dan de verantwoordelijkheid afschuiven op je ouders, grootouders enz. Bovendien moet jij je, vroeg of laat, toch die negatieve gedragingen afleren, anders kun je op een gegeven moment niet meer verder op het pad van geestelijke evolutie.

 

In ieder geval is bemoediging iets wat iedereen leren kan. Heb je geen kinderen waarop je kunt oefenen, dan kun je daar voor ook je huisdier gebruiken, bijvoorbeeld een jong hondje. En je merkt dan ook dat bemoediging van gewenst gedrag  beter werkt dan afstraffing van ongewenst gedrag.

 

Beste lezer, bemoediging is een bruikbaar instrument om effectief iemand te helpen. Helaas wordt in onze huidige cultuur nog veel te veel óntmoedigd en meestal doen de mensen dit onbewust. Zonder het bewust te willen  haalt men elkaar naar beneden en dit wordt van generatie op generatie doorgegeven, maar... wij kunnen dit helpen doorbreken, door er nu in ons eigen leven mee te beginnen. Zo kunnen wij, door onze liefde en onze bemoedig en de en hoopgevende woorden, meer licht brengen in de maatschappij (je hebt maar een kleine kaars nodig om in een donkere ruimte licht te brengen). En op die manier kunnen we voortgaan  op de weg (van liefde, hoop en geloof) die Christus begonnen is.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

GEESTELIJKE VRIJHEID

 

Het grootste misverstand over vrijheid van de mens is, dat men echte vrijheid verward met 'bandeloosheid'. En met bandeloosheid bedoelen we dan: 'je van God noch gebod iets aantrekken'. 'Maar raak leven' of 'je uitleven', wordt het wel genoemd in de Rulof-boeken. Bandeloosheid wordt wel eens gesym-boliseerd door 'de zee-piraat' van vroeger, met zijn tatoeages en een oorbel in, iets wat je tegenwoordig nogal eens bij jongeren terugziet (imago van de vrije, stoere jongen). Maar bandeloosheid is eigenlijk juist het tegenovergestelde van geestelijke vrijheid. Dit kun je leren uit de Rulof-boeken. Vergelijk bijvoorbeeld iemand die aan gene zijde in 'het land van haat' leeft  met iemand die in de vierde sfeer van licht leeft. De eerste leeft zich uit door geweld, hartstocht en wilde feesten, maar is in feite de slaaf van zijn innerlijke onrust, onvrede en leegheid en tevens van de plaatselijke machthebber en z'n medebewoners. Want iedereen die niet mee wil doen met hun leven en feesten, wordt mee-dogenloos mishandeld. Degene echter uit de vierde geestelijke sfeer is los (lees 'vrij') van de aarde en heeft alles goedgemaakt wat ie tijdens de leerschool op aarde misdaan heeft en heeft zich dus innerlijke vrede (harmonie) eigen gemaakt. Dat goed-maken (door 'dienende liefde' is overigens de enige manier om die innerlijke vrede te verkrijgen). Indien men eenmaal zover is, dan voelt men zich werkelijk vrij vanbinnen, men valt dan niet meer terug en men kan zich zonder hinder verder ontplooien naar Goddelijkheid.

 

Zo liefdevol als iemand uit de 4e sfeer is, zo haatdragend zijn de mensen uit het land van haat; dat weten we uit de Rulof-boeken. Uit eigen ervaring weten we ook, dat mensen die haten zich innerlijk niet vrij voelen. Bijvoorbeeld: Indien jij iemand haat die jou in je jeugd heeft misbruikt of mishandeld (lichamelijk of geestelijk), dan beheerst en vergalt die haat jouw huidige leven waardoor jij je niet vrij voelt. En dat gevoel blijft, ook al zou de dader overlijden. We behouden overigens wel altijd de vrijheid om er bewust voor te kiezen om op te houden met haten. Christus heeft ons gewezen op die keuze-mogelijkheid (liefheb-ben in plaats van haten) en de kerken noemen dit 'vergeven', wat een verkeerde term is. Immers, de dader kan alleen terug in harmonie komen door 'goed te maken' en niet door vergeving te krijgen van het slachtoffer en kan dit ook niet door biechten, meditatie of iets dergelijks. Goed-maken is echt de enige mogelijkheid en is, al hoe impopulair ook, toch een genade.

 

Dus Christus heeft ons de weg gewe-zen naar echte innerlijke vrijheid. Hij leerde ons hoe we liefde kunnen geven, hoe we door liefde de vicieuze cirkel van karma, van oorzaak-en- gevolg, van oog om oog, tand om tand, kunnen doorbreken. Hij leerde ons hoe we door middel van liefde de haat in ons zelf een halt kunnen toe-roepen en hoe we door de liefde, aan ons zelf, aan ons karakter kunnen werken; immers, verkeerde karakter-trekjes hinderen ons in onze geeste-lijke ontplooiing, in onze groei naar liefde en innerlijke vrijheid. Christus wist zelf precies wat haat met iemand kan doen; dat wist Hij uit eigen erva-ring. Toen Hij zelf in de oertijd Zijn laatste leven op aarde had geleefd, had Hij - en iedereen na hem, tot nu enige duizenden jaren geleden - afstemming op het land van haat. Pas sinds de religies op aarde kwamen (geïnspi-reerd vanuit gene zijde), kregen de mensen op aarde normen van goed en kwaad en kregen zij, die er voor open stonden, motivatie om aan zichzelf te werken. Vóór die tijd was het op aarde alleen doodslag, geweld en hartstocht. Dus alleen wanneer we goed-gemaakt hebben voelen we ons diep vanbinnen echt vrij.

 

Voor de duidelijkheid: met geestelijke vrijheid, bedoelen we hier dus niet: politieke vrijheid, vrijheid van gods-dienstbeoefening, vrijheid van meningsuiting, ongehuwd zijn of psychisch lekker in je vel zitten. Nee, we bedoelen: vrijheid van de ziel, van het diepste van je persoonlijkheid, van het vrije gevoel dat je blijft voelen ook nadat je bent gestorven.

 

Voor die oppervlakkigere vrijheden wil de massa zich wel inzetten, daar wel aan werken en er soms zelfs z'n leven voor geven. Maar voor geeste-lijke (ziels-) vrijheid, daar wil de massa nog niet aan en daaraan wil alleen de enkeling bewust werken. Dit komt niet alleen omdat de massa nog niet bewust is van het nut van ziels-ontwikkeling, maar het komt ook omdat goed-maken niet zo'n populaire bezigheid is, en waar motivatie en doorzettingsvermogen voor nodig is. Bovendien is het wer-ken aan je karakter ook niet gemak-kelijk. In de Rulof-boeken staat dat je over het verbeteren van één ver-keerde karaktertrek al soms een héél mensenleven doet. Beide werkvelden zijn niet populair, niet bij de kerken, niet bij de religies en ook niet bij de meeste mensen die tegenwoordig spiritueel geïnteresseerd zijn. De Rulof-boeken draaien er echter geen doekjes om en trachten ook uit te leggen waarom het nodig is hieraan te werken, zodat degene die er voor open staat, ook gemotiveerd wordt.

 

U, beste lezer, bent waarschijnlijk met een van uw laatste levens op aarde bezig. En juist die laatste levens dienen er speciaal voor om goed te kunnen maken. Een reden temeer om nu door de zure appel heen te bijten. U weet nu: kwijt-schelden bestaat niet en niemand anders kan dit voor ons oplossen. Wel heeft u de vrijheid om een groot deel van uw oorzaak-en-gevolgd uit te stellen, dus voor u uit te schuiven naar een volgend leven en zelfs tot in het hiernamaals, maar... weet dan dat het daar veel meer moeite en strijd zal gaan kosten dan hier in uw huidige leven.

 

Maar nu even terugkomend op het beeld dat veel christenen hebben over vrijheid in het hiernamaals. Velen denken nog steeds, dat duistere geesten een vrijer leventje leiden dan geesten van het licht. En dus denkt men vervolgens: waarom zou ik me dan nu gaan inspannen om in een hemel terecht te komen? De vrijheid lokt en de onvrijheid lokt niet. Dus dit verkeerde beeld over vrijheid in het hiernamaals bederft de motivatie om aan zichzelf te werken en oorzaak-en-gevolg in harmonie te brengen. Men vooronderstelt: de hemel is maar saai, daar kun je geen plezier maken, geen leuke dingen doen, je moet je daar allemaal aan regels houden (de 10 geboden enz.), men ziet er álles wat jij doet, het is er super-ordelijk en men mag er niet spontaan z'n gevoel vol-gen. Maar..... wij, die de Rulof-boeken lezen, weten dat het in de hemelen alles behalve saai is. Men is er werke-lijk vrij om te doen en laten wat men wil. En men kán er van allerlei leuke dingen doen en men mág er genieten van al het prettige dat daar aanwezig is. Zo is er de prachtige natuur en een heerlijk klimaat. Overal staan prachtige gebouwen en prieeltjes. Er zijn wan-delpaadjes, rustbankjes en je ziet veel inspirerende kunst. Men is er ook vrij om zelf aan kunst te doen. Verder mag men er ook alles onderzoeken wat men maar wil; wetenschapsbeoefening door middel van beleving. Maar men mag er ook lekker niets doen, wat mijmeren of een babbeltje maken met de mensen uit z'n sfeer. En er zijn ook geregeld bijeenkomsten en feesten, waar men kan genieten van hemelse muziek en inspirerende voordrachten. Kortom het is er heel anders en vooral ook vrijer dan de meeste gelovigen op aarde denken.

 

En voor de mensen die in zo'n licht-sfeer leven en die nog niet helemaal tevreden zijn met het geluk dat ze daar kunnen ervaren, die hebben altijd nog de vrijheid om zich te kunnen opwerken naar een nóg hogere sfeer, met een nóg prettigere natuur, nóg mooiere gebouwen, nóg verhevener kunst en nóg fijnere mensen om zich heen.

 

Men dient wel werk te doen, om zich op te werken naar een hogere sfeer, maar dat werk neemt men dus vrij-willig op zich. Er zijn verschillende soorten werk, waartussen men nog mag kiezen, wat hem of haar het beste ligt. Maar iedere taak bestaat uit dienende liefde. En voor iedere taak krijg je een optimale voorberei-ding/opleiding en begeleiding van ervaren en deskundige geesten. Dus wie er in een lichtsfeer wíl werken, die kán werken. Er ligt werk genoeg en gemotiveerde mensen zijn altijd welkom, vooral in de lagere geestelijke sferen en op aarde.

 

Dan nog over bewegingsvrijheid: in z'n eigen sfeer kan een geest zich vrij bewegen. Dat geldt zowel voor de duistere als voor de lichtsferen. Maar men kan nooit op eigen houtje naar een hogere sfeer gaan. Wel kan een geest uit een lichtsfeer zich vrijelijk bewegen naar de sferen beneden zijn eigen sfeer. Er zijn 7 lichtsferen, 7 duistere sferen en een daartussen liggende overgangs-sfeer (schemerland). Iemand uit bijvoorbeeld de 2e lichtsfeer kan zich dus vrijelijk bewegen in de 2e sfeer, de 1e sfeer, het schemerland en in de 7 duistere sferen. Iemand uit de 7e lichtsfeer heeft dus de meeste bewegings-vrijheid, terwijl degenen uit de duistere sferen de minste bewegingsvrijheid hebben. En omdat men in de diepste sfeer alleen maar kruipen kan, is de bewegingsvrijheid daar echt minimaal.

 

Tot slot over vrijheid in het hiernamaals nog het volgende:

 

Hoe meer iemand goedgemaakt heeft door werk te doen, dienende liefde, hoe meer ie in harmonie komt met z'n verleden, hoe meer liefde men zich eigen maakt. En hoe meer liefde men bezit hoe hogere sfeer men in leeft; men wordt dan niet alleen gelukkiger en innerlijk vrijer, maar ook machtiger. Men krijgt steeds meer Goddelijke krachten om allerlei ingewikkelde taken te kunnen verrichten. En hoe meer liefde men zich heeft eigenge-maakt, hoe 'natuurlijker' men gaat leven, niet alleen in harmonie met de mooie natuur om zich heen, maar ook met de geestelijke natuurwetten van God. Men gaat steeds meer spontaan volgens deze Goddelijke wetten leven. Toch blijft de mens, al hoe hoog ie zich opgewerkt heeft, in principe altijd vrij om, indien men wenst, tegen deze wetten in te handelen. Men moet dan wel meteen de gevolgen van z'n daad op de koop toe nemen, maar dit doet niets af aan het principe dat men daar, met al z'n macht, vrije mensen blijft. Dus hoe hoger men aan gene zijde komt, hoe vrijer men zich vóélt en hoe meer vrijheid men ook hééft.

 

- Innerlijke vrijheid dient men dus zelf te verdienen en meestal verdient men die door goed te maken. Dit goed-maken is dus een gunst, is een geweldige mogelijkheid, en goed-maken lukt ons het best door de houding aan te nemen van ‘het leven is goed’. Dan kan men iedere situatie die zich aanbiedt aan.

 

- Tot slot nog dít: Indien u aan een persoon veel dient goed te maken, is de kans groot, dat die persoon ook een en ander aan u dient goed te maken. En daar komt nog bij dat u van ieder goed-maken ook nog iets nuttigs kunt leren voor uzelf.

 

Zo ziet u dat het leven er, ondanks alle ellende, toch rooskleurig uit kan zien.

 

Tot zover deze inleiding

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Hier volgt de lezing geschreven en voorgelezen door Giel Heijmans t.b.v.

 

Boekenwijzerdag-2007 en in de bijlage staat de lezing van 2006. Samen met de inleiding uit Boekenwijzer-72 vormen zij een waardevol  werkstuk over POSITIEF DENKEN.

 

Omdat niet iedereen ‘internet heeft’, hebben we het hier in deze Boekenwijzer geplaatst.

 

( Degene die wél ‘internet heeft’, kan ook het verslag lezen en foto’s bekijken van Boekenwijzerdag-2007 op http://www.liefdesband.nl  -> Menu- Jozef Rulof- Boekenwijzerdag)

 

DE LOGICA VAN HET WARE GELOOF

 

(religie van het positieve denken)

 

* Indien we een verkeerd beeld hebben van God, hebben we dus ook een verkeerd beeld van de aard en het doel van het leven… en gaan we dus ook verkeerd om met ons eigen leven.

 

- De volgende stelling: “HET LEVEN IS GOED, ALTIJD, OVERAL EN VOOR IEDEREEN!” is volgens mij de hoofd-stelling van het ware geloof. En ik zal nu trachten te verklaren  waaróm.

 

In de natuurkunde-wetenschap heeft men ontdekt, dat de schepping gebaseerd is  en werkt  volgens logische wetmatigheden. En die natuurwetten gelden  altijd, overal en voor alles. Maar… indien de schepping zó in elkaar zit en zó werkt, waarom zou de Schepper dan ook niet zó in elkaar zitten en werken. Een mens schept immers toch ook dingen die zíjn  zoals ie zélf is.

 

Hoe kunnen we een betrouwbaar beeld van God krijgen?

 

Ter vergelijking: een kinderpsycholoog kan bijvoorbeeld meer inzicht krijgen in de aard van een kind, wanneer die kinderpsycholoog de tekeningen bestudeert die dat kind gemaakt heeft. En op dezelfde manier kunnen ook wij trachten iets meer van de Schepper – van God - te begrijpen, wanneer we de wetmatigheden in de schepping – in het leven - trachten te doorgronden. Echter, indien nou zo’n kinderpsycholoog alléén maar de kindertekeningen kan bekijken - en niet  met het kind zélf kan praten – dan heeft ie té weinig informatie om een goed oordeel te kunnen vormen over de aard van dit kind. Maar, indien ie nou  van een collega-kinderpsycholoog – die eerder al met dit kind bezig was geweest – het verslag mocht lezen, dán zou dit samen met die kindertekeningen toch al een redelijke betrouwbaar beeld geven van de aard van dat kind, terwijl ie dat kind toch zelf nog niet gezien of gesproken had. En…… op dezelfde manier kunnen wij mensen  redelijk betrouwbare kennis over de aard van God krijgen  zonder dat we zelf God gezien of gesproken hebben. Dus enerzijds bestuderen we  wat bepaalde mensen gezegd hebben, mensen die God het allerbest gekend hebben. En anderzijds voeg je daar aan toe: jouw eigen kennis en ervaringskennis van de natuur en het leven. En het is verstandig om die twee bronnen van kennis aan elkaar te toetsen. Een waarheidszoeker wil namelijk een zo betrouwbaar mogelijk beeld krijgen van het Leven  en van het uiteindelijk doel  waar het in het leven om gáát. Zo ontdekten velen van ons reeds, dat niet alles logisch en natuurlijk is, wat er geschreven staat in de bijbel of in het kerkboek. Dus gingen velen op zoek naar andere, aanvullende informatie over God, over het Leven, over het uiteindelijke levensdoel, over het leven na de dood, over het ontstaan van de schepping, enzovoorts. Want een béétje zoeker wil toch weten, hoe het leven nou werkelijk in elkaar zit en waar het in zijn of haar leven echt om gáát. Sommigen van ons gingen ook andere boeken lezen, met name afkomstig van de Oosterse religies. En als je bijvoorbeeld de beste dingen uit het Christelijke nieuwe testament combineert met de beste dingen uit het Boeddhisme en Hindoeïsme, dan kom je al een stuk dichter bij het ware geloof te zitten. Maar indien je nu ook nog de boeken van Jozef Rulof gaat lezen en bestuderen, dan krijg je volgens mij de beste informatie over God, die er nu op aarde te vinden is. En als je merkt dat deze informatie dan ook beter aansluit bij de huidige wetenschap en ook beter bij je logisch verstand, je intuïtie en rechtvaardigheidsgevoel, dan mag je er volgens mij gerust van uit gaan dat je een betrouwbaar beeld hebt van de essentie van het leven. En dan ook zul je na je sterven niet meer voor grote verrassingen komen te staan.

 

De essentie van het leven  betekent dus: de belangrijkste kern van het leven, waar het leven werkelijk om gáát, wat het belangrijkste levensdoel is ofwel wat de uiteindelijke zin van het leven is. Maar wat zeker zo belangrijk is om te begrijpen, is, dat je weet hoe jij bewust aan jezelf kunt werken om dit hoofddoel te bereiken. (Even voor de duidelijkheid: ons hoofddoel is volgens mij, om ons meer liefde, vrede en geluk eigen te maken, maar daarover straks meer.)

 

De mens, het dier, de plant, de natuur, alles ontwikkelt zich in stadia ofwel evolutiefasen. Zo ontwikkelt zich ook het menselijk geloof, van natuurgodsdienst, via oudtestamentisch geloof, via katholicisme en protestantisme, naar een modern, positiever Christendom, waarin ook reïncarnatie, karma, de astrale werelden en de nieuwe kosmologie een serieuze plaats krijgen. En hoe meer we van de essentie van het leven - dus van God – begrijpen, hoe meer we inzien  dat de aard van God goed is, positief en opbouwend, en verder ook  dat het Leven (met een grote L) het altijd goed met ons voor heeft. En hoe meer we dit alles beseffen, deze hoogste waarheid, hoe optimistischer we zelf worden !!!

 

Nu wil ik nog even terugkomen op de beginstelling: ‘het leven is goed, altijd, overal en voor iedereen’. Indien we de mensen die bij ons in de straat wonen, zouden ondervragen of ze in deze stelling konden geloven, zou volgens mij blijken  dat hier helaas nog maar weinigen in zouden kunnen geloven. Toch is ook voor deze straatgenoten het leven altijd goed, gezien vanuit onze geestelijke wetenschap. Er zijn bij ons in de straat misschien een paar Christenen die wel wíllen geloven dat het leven altijd goed is, maar die het niet echt kúnnen, omdat ze merken dat er zóveel ellende in de wereld is, waarvan ze niet begrijpen  a) hoe dit veroorzaakt is door de mensen zélf (het meeste vanuit vorige levens) en  b) waarom God al de menselijke misdaden toelaat. Men begrijpt niet dat God, zoals we in de maatschappij zien, de mensen  mogelijkheden biedt  om zich in vrijheid te ontwikkelen naar hogere evolutiestadia. Men begrijpt niet dat God op deze manier de mensen  mogelijkheden biedt  om in harmonie te kunnen komen met hun (verre) verleden. Overigens, geloof in reïncarnatie en karma/oorzaak-en-gevolg met telkens goed-maak-mogelijkheden, geeft mensen dus ook de gelegenheid om van alle ellende het positieve te kunnen inzien. En tevens biedt het de mensen de gelegenheid om God niet de schuld te geven van allerlei ellende in onze wereld. Onze liefdevolle Vader heeft immers nooit ellende geschapen.

 

Ook de minder goede sfeer die er nu nog op aarde heerst, wordt niet door God geschapen, maar door de geestestoestand van alle aardbewoners samen. En die geestestoestand betekent niet alleen de stemming waarin men is, maar ook de levenshouding, de mentaliteit, het karakter dat men heeft en niet te vergeten het karma, het oorzaak-en-gevolg, dus de geestelijke disharmonie die men bij zich draagt. Dit alles bepaalt de toestand, de sfeer, het klimaat op aarde, zelfs ook het weer, de stormen en grote natuurrampen, ook die  met veel slachtoffers. En het is dus niet onze lieve God die hiervoor verantwoordelijk is. En toevallige slachtoffers bestaan niet; alles is te verklaren vanuit de rechtvaardige wetten van oorzaak-en-gevolg. En als we over dit alles goed nadenken, dan kunnen we God als puur liefdevol blijven zien. God geeft ons alleen maar – en op een liefdevolle manier - mogelijkheden om terug in harmonie te kunnen komen met ons verleden, zodat we weer ruimte krijgen om verder te kunnen evolueren naar meer liefde, geluk en vrede. En als we dát echt beseffen dan roepen we uit volle borst: Het leven is goed, altijd, overal en voor iedereen!

 

Nu rest nog de vraag: Kunnen we ook nog iets praktisch doen met deze stelling? Kan deze stelling ons helpen  om aan onszelf te werken?

 

Ik denk van wél; en wel vanwege het volgende:

 

De meesten van ons (geïnteresseerden voor de Rulof-leer) leven in hun laatste levens op deze aarde en zijn dus in hun huidige leven grotendeels bezig met goed-maken, ofwel met het terug in harmonie te brengen van het oorzaak-en-gevolg uit hun verleden. Wij leven dus voor een heel groot gedeelte vanuit ons verleden; en al die ellende uit ons verleden  komt dus beetje voor beetje vanuit ons verleden naar ons heden. Hierdoor zul je geregeld het gevoel krijgen dat ‘het leven’ het niet zo goed met je voor heeft en dat ‘het leven’ je vijand lijkt te zijn; je voelt je door je lot depressief  of minderwaardig en raakt daartegen in opstand. Door nu geregeld tegen jezelf te zeggen: Het leven is goed, altijd, overal en voor iedereen! , ga je die stelling ook steeds meer in je gevoel aanvaarden. En dit positieve gevoel, dat dus op een hogere waarheid gebaseerd is dan die negatieve gevoelens vanuit het verleden, kan jou helpen om jouw evenwicht te bewaren in jouw gevecht met je verleden. Om niet telkens te blijven hangen in negatieve gedachten en gevoelens, dienen we dus herhaaldelijk de juiste, positieve impuls te geven aan ons denken. 

 

Een andere invalshoek om positiever te gaan denken, is, indien jij bij jezelf de beslissing neemt, om niet langer vooroordelen te vormen over andere mensen. God haalt ook niemand naar beneden. De ander in gedachten afkraken, is vaak een poging om jouw eigen onzekerheid te compenseren, in de hoop jezelf daardoor béter te voelen. Dit werkt echter niet écht. Je kunt beter gaan oefenen om in ieder mens het positieve te willen zien. Dan laat je de ander meer in z’n waarde. En wanneer je je dit eigen maakt, dan ga je tevens merken  dat veel mensen ook minder vooroordelen naar jou toe hebben en gaat er een hele nieuwe wereld voor je open.

 

Op verscheidene manieren kun je dus een positiever, optimistischer gevoel ontwikkelen, en daardoor stel jij je bovendien meer open voor hulp vanuit Gene Zijde, hulp van mensen die reeds zijn gestorven op aarde, die het goed met je voor hebben en die jou kracht kunnen geven vanuit het leven na de dood. Door dit positieve gevoel stem jij je namelijk af op de hogere liefde, op het hogere levensdoel en dan krijg je geestelijk gezien meer ‘de wind mee’, ofwel positieve ondersteuning vanuit de sferen van licht.

 

Door dit positieve gevoel te ontwikkelen, ga je ook meer léven in een hogere realiteit, meer in overeenstemming met Gods levenswetten. Wie alleen maar wordt geleefd door z’n eigen verleden, als een stuurloos schip op de golven der zee, leeft alleen maar in een slachtoffer-gevoel, vol zelfmedelijden. En dat  terwijl God toch zoveel schoons heeft geschapen  ook voor de mens die aan het worstelen is met z’n verleden. Dat schone hier op aarde  geeft al een voorproefje van het schoons dat ons wacht  straks in het hiernamaals. En door via dat positieve gevoel nu al een beetje van dat schone te beleven, geeft dat ons  extra kracht bij onze onvermijdelijke worsteling met ons verleden.

 

- Indien gewenst  kun je vandaag nog aan de slag met ‘Het leven is goed’.

 

Zo kun jij jezelf de volgende vragen gaan stellen: Wanneer heb ik nog het gevoel dat het leven NIET goed is? En wat zou ik daar de volgende keer aan kunnen doen in mijn denken en houding.

 

Een andere en leukere bezigheid is, om voor jezelf te gaan verwoorden waarom iets in de maatschappij wél goed is  terwijl het niet goed LIJKT te zijn voor iemand uit de maatschappij. Door zo te trainen op allerlei onderwerpen  kun je niet alleen een positieve impuls geven aan de maatschappij, maar je leert zo ook om beter te dénken, positiever te denken. En je wéét vast wel hoe belangrijk positief denken is voor jouw spiritueel doorzettingsvermogen en jouw geestelijke evolutie.

 

- EEN GOED BEGIN

 

Het begin van iedere goede daad is een goede gedachte. Begin dus iedere dag met het denken van een goede, positieve gedachte. Dit is dan je eerste liefde-daad waarmee je richting geeft aan je leven, en waarmee je tevens aan God en Gene Zijde toont dat jij het goede wilt.

 

- AANVAARDEN-PLUS

 

‘Het leven is goed’, wil dus niet alleen zeggen: ‘je moet je lot aanvaarden zoals het ís’, maar tevens  dat er voor jou nog een hogere realiteit bestaat, dat jij die erkent, de Goddelijke waarheid, die je straks zeker zult ervaren, maar waarvoor je éérst met je verleden in het reine moet komen.

 

- ALTIJD, OVERAL EN VOOR IEDEREEN

 

Zelfs voor een duisterling in de ongelukkigste sfeer is het leven goed. Maar ook – dichter bij huis – voor onszelf, wanneer soms alles tegen lijkt te zitten, is het leven tóch goed.

 

En ook nu, hier voor jou is het leven goed, perfect toegesneden op jouw geestelijke evolutie en is perfect georganiseerd door de slimme Goddelijke levenswetten. En God ís slim, veel slimmer dan alle slimme mensen en computers bij elkaar en we kunnen er dus alle vertrouwen in hebben dat het leven goed voor ons is.

 

- EEN GOEDE KIEM SCHEPPEN

 

Als ik ga denken: ‘het leven is goed’, dan verandert daardoor de wereld niet en ook verandert mijn eigen leven niet, maar het is wel het begin van die verandering. Het is een keuze: “Wil ik die verandering óf wil ik ze niet?” Dit denken is een afstemmen op het Goede, op God, op de hoogste realiteit  en dit denken is dus het ultieme bidden. Het is de aanzet om het leven steeds meer als iets goeds te gaan zien, dus om overal de positieve kant van te gaan inzien.

 

- GELUKKIGER VOELEN

 

Het gevoel hebben, dat het leven goed is, wordt voor een deel bepaald door de situatie waarin jij je bevindt, maar wordt voor een groter deel bepaald door de houding die jij aanneemt naar het leven.

 

Tot slot nog iets over ‘van het leven houden’:

 

Als Rulof-lezer weten we dat het woord: ‘God’ vervangen kan worden door niet alleen ‘Liefde’ maar ook door het ‘Leven’ (beide met een grote L). In het volgende citaat zou je dit bijvoorbeeld kunnen toepassen, door ‘God, uwen Heer’ te vervangen door ‘het Leven’:

 

Citaat uit het nieuwe testament, de Christelijke bijbel, Mattheüs 22, vers 36: Meester, welk is het grootste gebod in de wet?
vers 37: En Jezus zeide tot hem: "Gij zult God, uwen Heer, liefhebben met uw ganse hart en met uwe ganse ziel en met geheel uw verstand."
vers 38: Dit is het eerste en grootste gebod.

 

Dan krijg je: "Gij zult het Leven liefhebben met uw ganse hart en met uwe ganse ziel en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en grootste gebod." …………………. Wauw ! Dat ís nogal iets!

 

Dus… geen mens houdt nu reeds voldoende van het leven in het algemeen en van zijn eigen leven in het bijzonder. En dit is dus nog voor iedereen een belangrijk leerpunt, iets waaraan we moeten werken. Maar hoe gaan we dat doen?

 

We zouden bijvoorbeeld geregeld tegen onszelf kunnen zeggen: ”ik ga meer houden van het leven!” We zeggen dit dan in eerste instantie als een ‘voornemen’, in tweede instantie als een ‘voorspelling’ en in derde instantie als een ‘constatering’ ofwel een ‘vaststelling hoe de zaken ervoor staan’.

 

Bovendien kunnen we hier lezen, dat van het leven houden, van God houden, volgens Christus dus zelfs nóg belangrijker is, dan van je medemens houden, terwijl naastenliefde toch al een van de belangrijkste leerpunten is.

 

En als we nu weten dat veel Christelijke stromingen het leven nog als iets ‘zwaars’ zien, als een bijna ondraaglijke last vol met dwingende plichten en geboden, vol met beangstigende dreigingen en verleidelijke beproevingen, waar genieten en plezier-hebben een groot taboe is en waar zelfs gelukkig-zijn wordt veroordeeld, zijnde een zondige dwaling. Deze zogenaamd Christelijke opvattingen, waarin het zware en negatieve de boventoon voert, hebben volgens mij meer kwaad dan goed gedaan aan het Christendom in de wereld. En u ziet dus hoe verkeerd men het hoogste gebod van Christus begrepen heeft, namelijk om juist méér van het leven te gaan leren houden.

 

Van het leven houden  houdt dus ook in: dat men z’n leven, met al z’n mogelijk-heden en beperkingen, aanvaardt zoals het ís  en het leven begrijpt als zijnde ‘goed’, als een ‘goede, wijze vriend’ die ons helpt op ons pad naar meer liefde, geluk en terug-in-harmonie-komen. Onze angst voor het leven dienen we dus te overwinnen. En hoe? Door van het leven meer te leren houden en door het leven beter te leren doorgronden, zó diep, totdat we de werking van God tegenkomen en zodat we met ons hart ook steeds meer  vertrouwen gaan krijgen  in het leven op deze wereld  en dus ook in ons eigen levenslot.

 

- POSITIEF DENKEN

 

Als we niets doen, blijven we hangen in onze disharmonisch gedachten en gevoelens van ons verleden.

 

Een effectieve manier  om úít deze vicieuze cirkel te komen, is: bewust positieve gedachten denken.

 

Zo kun je geregeld denken

- aan onze lieve God,

 

-aan je mooie toekomst in geluk en vrede,

 

-aan de hogere sferen in het leven na de dood en aan de mensen die daar leven en die jou kennen en van jou houden

 

-aan de positieve krachten en gevoelens die nu reeds in jou zijn  en niet alleen in jou, maar ook in de mensen die jij ontmoet in je dagelijkse leven.

 

Maar het gemakkelijkst kun je denken: ‘HET LEVEN IS GOED, IK GA MEER HOUDEN VAN HET LEVEN!’

 

Zou het geen geweldige taak of opdracht voor ons zijn, om de boodschap:  waaróm het leven goed is en dat we meer van het werkelijke leven dienen te gaan houden, om deze te verspreiden over onze gehele maatschappij?

 

Een uitdaging voor jou?........

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Onlangs las ik in ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’ na het hoofdstuk van Jeanne een fundament van Alcar: ‘WIE HET EEUWIG LEVEN VOELT, VOELT ZICH VEILIG’. Het stond er met schuingedrukte letters. Toen ik verder aan het lezen was in dit boek, blééf dit fundament echter in mijn gedachten. Het werd de aanleiding voor deze inleiding.

 

- Wij Rulof-lezers interesseren ons voor het hiernamaals, het eeuwig verder-leven na het aardse sterven. Door er over te gaan lezen en er over na te denken, worden we steeds meer vertrouwd met het ‘eeuwige leven’; we voelen dat het echt zo moet zijn; het is allemaal zo natuurlijk, logisch en rechtvaardig. En ieder van ons werkt op z’n eigen manier aan zichzelf, om zich voor te bereiden op het eeuwig verder-leven. En sommigen van ons vóélen er zelfs nu al soms een glimp van, net zoals mensen met een duidelijke bijna-dood-ervaring. De angst voor de dood verdwijnt en men weet dat het leven een hoger doel heeft. Men weet: alles komt goed.

 

Dit alles duidt er op dat je je als mens in principe veilig kunt voelen en je niet in angsten en zorgen hoeft te leven. Je begrijpt dan ook beter wat Jezus Christus volgens de bijbel in Mattheus 6,26 bedoelde met:

 

Kijk naar de vogels in de lucht: ze zaaien niet en oogsten niet en vullen geen voorraadschuren, het is jullie hemelse Vader die ze voedt. Zijn jullie niet meer waard dan zij?

 

Wie van jullie kan door zich zorgen te maken ook maar één el aan zijn levensduur toevoegen?

 

Mensen die iets van dit eeuwige leven hebben gevoeld, hebben vertrouwen in hun lot; zij weten dat het Leven het goed met hen vóór heeft. Zij weten dat het Leven nooit hun ‘vijand’ is, maar altijd hun ‘vriend’, die er zo goed mogelijk voor zorgt dat men het nodige leert en goed-maakt, zodat men op een haalbare manier geestelijk groeit en meer in harmonie komt met God en Zijn wetten.

 

Maar maken zij dan geen ellendige dingen meer mee? Natuurlijk wel, want er leven op aarde geen mensen die niets meer goed te maken hebben of niets meer te leren hebben. Iedereen maakt wel eens rottigheid mee. Maar dan gaat het er juist om: hoe men daar mee om-gaat? Heeft men er vertrouwen in dat men het wel weer te boven zal komen? Ziet men het als een uitdaging om zo’n probleem te overwinnen en er nog iets positiefs van te leren ook? Men komt dan sterker uit de strijd. Maar hoeveel andere mensen zijn er niet, die zich niet veilig voelen, die zich laten ontmoedigen door problemen en die opstandig of depressief worden? U ziet het, hoe belangrijk iemands houding is en wat het nut is van een positieve houding, waarbij men vertrouwen heeft in z’n lot, in de goede afloop en in de goede bedoelingen van het Leven, zodat men zich veilig en geborgen weet in Gods handen.

 

En het probleem dat op je pad kwam? Dat kun je niet ‘weg-filosoferen’, maar met een goede levenshouding kun je er in ieder geval beter mee omgaan en het waarschijnlijk ook beter oplossen. Immers wie zich veilig voelt, voelt zich ook meer ontspannen en indien men ontspannen is, kan men beter problemen oplossen. En als zo’n probleem niet in één slag op te lossen valt of men ‘verliest’ de eerste slag, dan vertrouwt men er op, dat er nog een of meerdere nieuwe kansen komen. Men weet niet hoe men het zal overwinnen, maar men vertrouwt er op, dát men het in ieder geval óóit 100% zal overwinnen.

 

Een andere reden waarom zo iemand zich veilig voelt, is de overtuiging dat hij of zij niet voor problemen wordt geplaatst  die niet voor hem of haar bestemd zijn. Men krijgt alleen zijn éígen oorzaak-en-gevolg en niet dat van een ander . En men krijgt ook geen problemen die ‘toevallig komen aanwaaien’. Zo iemand vertrouwt dus op de rechtvaardigheid en de nauwkeurige organisatie van het Leven , het betrouwbare Leven waarin geen ‘toevalligheid’ bestaat.

 

Als je het eeuwige leven voelt, kun jij je veilig voelen  en kun je dus vertrouwen hebben in je lot, in de werkelijk levende God, Die jou heel goed kent en altijd dicht bij jou is.

 

-- Nu wil in principe íéder mens zich veilig voelen. Het behoort tot onze basisbehoeften. En om hieraan te voldoen, daaraan werkt iedereen op z’n eigen manier. Een rijke materialist leeft misschien in een goed beveiligde villa, verzekert alles wat ie heeft en wat ie doet, heeft een dure privé-arts en een gepantserde auto met bewapende lijfwachten voor zichzelf en z’n gezin. En nog.... voelt ie zich nog niet echt veilig in zichzelf. Immers, z’n oorzaak-en-gevolg wordt er niet minder om (eerder méér, want meestal wordt je van eerlijk werken niet rijk). Z’n angst om ooit dood te gaan zal ook niet minder worden. Ook de rijkste mensen moeten ooit sterven. En zullen zij zich daarna dan veilig voelen? Ik denk het niet. Hun drang om overal controle op uit te oefenen, zal niet zomaar verdwijnen, omdat  zij zich de houding van ‘overgave-aan-het-Leven’ nog niet hebben willen eigen -maken. En hun bezit op aarde heeft daar geen waarde. Alleen LIEFDE heeft daar waarde  en alleen het hebben van liefde geeft ‘n veilig gevoel. Maar om zich liefde ei-gen te maken, als ‘levensverzeke-ring’ voor het eeuwige leven, daar-aan heeft men op aarde nooit ge-dacht en dus ook niet aan gewerkt.

 

- Maar u, beste lezer, vraagt zich nu  misschien af: ja, maar hoe kan ik me nu hier op aarde al veilig gaan voelen  als ik dan weet dat ik nog zo veel moet goed maken en leren? En...dit te weten, is dat niet juist beangstigend?

 

Nee!! Dit is niet echt beangstigend. In het begin, als je voor de eerste keer leest over de rechtvaardige wetten van oorzaak-en-gevolg en over het goed-maken, dan wekt het misschien wel even wat angst op. En dit is de reden waarom veel Christenen hier nog niet in willen geloven. Maar als je er dan even verder over leest en nadenkt, dan besef je, dat die karmische wetten waarachtig bestaan en dat ze voor iedereen werken, ook voor de mensen die er niet in willen geloven. En dan kun je beter geloven in een iets minder prettige waarheid dan in een comfortabele leugen. En men kan beter een beetje beangstigd zijn voor het goed-maken op aarde, dan dat je ontzettend teleurgesteld bent, straks in het leven na de dood, wanneer dan onverwachts blijkt dat je dan nog meer en moeilijker goed moet maken om er vooruit te komen.

 

- Er is overigens nóg een reden waarom de mens, die gelooft in de Goddelijke wetten, zich nu al veilig kan voelen. En ook dit staat duidelijk in de Rulof-boeken. Er staat dat we kruis naar kracht krijgen, wat inhoudt dat we al ons oorzaak-en-gevolg niet in één keer voor onze kiezen krijgen. We krijgen dit in haalbare, draagbare porties gedoseerd. Zolang we het onszelf niet zwaarder maken dan nodig,  mogen we er dus op vertrouwen dat onze lieve God ons niet onnodig laat bezwijken. Ook hierbij speelt onze houding (vertrouwen hebben en positief denken) dus een belangrijke rol.... En ook mogen we nooit vergeten dat goed-maken niet een doel op zich is, maar slechts een middel , of beter gezegd ‘het enige middel’ om ons meer licht, geluk en liefde eigen te maken. En ook dient hier nog eens gezegd, dat we MOGEN goed-maken en dat we nooit MOETEN goedmaken. We hebben namelijk altijd de vrije keuze tussen NIET goed willen maken (en dus geestelijke stilstand) en WEL goed willen maken (en dus geestelijke groei). En omdat goed-maken voor ons de enige manier is om ons de innerlijke, Goddelijke harmonie eigen te maken, is het dus een gunst en een mogelijkheid die we dankbaar dienen te benutten.... Wanneer we vanuit een positieve houding door de zure appel bijten die op ons pad komt, dan zullen we zeker nooit bezwijken. Die wijsheid doet ons veilig voelen en geeft ons extra draagkracht.

 

- In een van de volgende Boeken-wijzers zullen we het gaan hebben over het ‘natuurlijk denken’, wat bestaat uit zowél geestelijk denken als stoffelijk denken en waarbij  dan beseft wordt  dat het geestelijk denken het belangrijkste is. En hoe meer je geestelijk gaat denken, hoe concreter dit voor jou wordt en hoe meer je beseft: op het geestelijke, eeuwige  pad kan ik veilig bouwen.

 

- Voor iedereen is het raadzaam om natuurlijker te gaan denken, dus rekening houdend met het eeuwig verder-leven na de dood en positief denken, maar ook denken: ik kan me veilig voelen. En iedereen heeft de vrije keuze om zich minder angstig en te gaan voelen en meer veilig. Daar kun je dus zelf voor kiezen als je het wilt. En dat is dus een goede en verstandige wens, omdat dit aansluit bij een hogere realiteit en omdat dit iets is zoals jij in de toekomst zult zijn. Je hemels veilig voelen is te vergelijken met je hemels gelukkig voelen. Dit zijn dus natuurlijke doelstellingen, waar het de moeite waard is om je best voor te willen doen. En indien je nu al zo’n gevoel gaat opbouwen, dan word je daar nu al sterker door en kun je nu al beter je levenstaken aan.

 

- Er zijn redenen genoeg, om geregeld tegen jezelf te zeggen:‘Ik voel me veilig’. In onze diepste kern zijn we Goddelijk. Ons diepste innerlijk blijft eeuwig bestaan; onze Goddelijke vonk is niet te doven, niet aan te tasten en dus 100% veilig. Dus indien we maar diep genoeg in onszelf konden afdalen, zouden we ons daar super-veilig kunnen voelen.

 

Maar ook ons geesteslichaam kan niet sterven. We kunnen dit lezen in de Rulof-boeken. In de astrale wereld kan bijvoorbeeld iemand wel bewusteloos raken, maar nooit sterven en zelfs niet verminkt worden. Ook weten we via deze prachtige boeken, dat wanneer een hogere geest werk doet in een sfeer onder z’n eigen afstemming, dat die zich in een fractie van een seconde kan terugtrekken in z’n eigen sfeer en dan niet meer tastbaar en zichtbaar is in die lagere sfeer. Dat lijkt me een erg veilig gevoel te geven. Hier op aarde kunnen wij dat echter niet. Maar we kunnen ons wel wapenen tegen verbaal geweld van anderen en ook tegen beïnvloeding door lagere geesten, door ons gees-telijk af te stemmen op het hogere, het goede in onszelf, dus op de lief-de die we ons al eigengemaakt heb-ben of op andere positieve gevoe-lens in onszelf. Dan blijven we veilig en vrij in ons denken en voelen.

 

Onderstaand gedicht (G.H. 1991) heeft mijzelf hierbij geholpen:

 

 

EDEL TREKJE                 

 

Er is een edel trekje

 

Een deeltje in je geest

 

Als je er bent, ontdek je

 

Hier ben ik niet bevreesd

 

 

Dit stukje is zo rein

 

Daar moet je goed voor waken

 

Al is het nóg zo klein

 

Nooit meer wil je 't smerig maken

 

 

Want het schenkt je zelfvertrouwen

 

Liefde,  goddelijke kracht

 

Geeft jou steun  om op te bouwen

 

Heel subtiel,  blij en zacht

 

 

Edel trekje, onbevreesd

 

Steun mij in mijn grootse werk

 

Tot de rest  van mijn geest

 

Net zo rein is, net zo sterk.

 

 

 

-Tot zover deze inleiding.

 

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

‘JE ALS MENS GELIJK-WAARDIG VOELEN’  ALS ONDERDEEL VAN HET NATUURLIJK DENKEN.

 

- Zoals beloofd zullen we het gaan hebben over ‘NATUURLIJK DENKEN’

 

De huidige afstemming van de aardse maatschappij komt het meest overeen met die van Gerhard de Koetsier uit ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’ . We beginnen dus eerst met enkele citaten uit dit boek:

 

* 1e dr hst.3a blz.113 b.m.

 

  4e dr hst. 5 blz.104 o.

 

Ons leven is natuurlijk, valse natuurlijkheid kent men alleen op Aarde, omdat de mens de natuurkrachten, die in ons zijn, niet kent, niet voelt en niet wil zien. Die onnatuurlijkheid bracht mij in een vreselijke toestand, in een toestand van waanzin, zodat ik dacht gek te worden. Ik wilde niet aanvaarden wat men mij zei, want het kostte mijn gehele persoonlijkheid. Het ging echter om mijzelf, om mijn zieleheil en toen ik dat eindelijk begreep, aanvaardde ik. Maar het kostte veel kracht en inspanning, omdat ik mijzelf kende noch begreep. Alles zou anders geweest zijn, als ik mij van het eeuwige leven had overtuigd en reeds op Aarde daarin overgegaan was.

 

 

* 1e dr hst.3d blz.136 b.m.

 

  4e dr hst. 7 blz.126 b.

 

U leeft in de geest en geestelijke krachten zijn u nog onbekend. Ik heb u dit alles reeds verteld, doch het dringt niet tot u door. Denken, steeds denken, lieve vriend, wij zullen er anders niet komen, maar dan moet gij meer natuurlijk denken. Natuurlijk denken doet u hierin overgaan.

 

 

* 1e dr hst.3f blz.158 o.m.

 

  4e dr hst. 9 blz.147 b.

 

U zult echter voortdurend dieper gaan denken en schrede voor schrede de weg volgen, die wij hebben afgelegd. Zij, die hier rondwandelen, denken aan hun leven op Aarde en aan het leven, waarin zij thans zijn. Zij denken en overdenken al hun ervaringen, die zij in dit leven hebben opgedaan. Beide levenstoestanden gaan zij vergelijken en zij trachten zich de geestelijke schatten daarvan eigen te maken. Zij mediteren, zij overdenken dus alles en trachten zich in een andere maar hogere toestand te brengen. Diep doorvoelen zij datgene, wat de broeders en zusters hun duidelijk maakten en toonden. Wat zij aan deze zijde beleven, wordt hun bezit.

 

Zij gaan dus langzamerhand geestelijk denken en zó in dit leven over. Zij doen niet anders dan zich van hun aardse leven vrij maken en niemand zal hen daarin storen. Zij voelen en weten dat u hun voorbij ging, doch zij zijn te veel in zichzelf ver-diept om op u te letten. Zij willen zich niet laten storen en ook heeft men hier eerbied voor de mens, die zichzelf zoekt. Hier leven echter ook duizenden, die zichzelf nog niet zoeken willen en zij vertoeven hier reeds jaren.

 

Later zal ik u hen tonen; enigen hebt u reeds waargenomen. Zij, die zichzelf zoeken, wikken en wegen en scheiden de goede eigenschappen van de verkeerde, totdat zij hun stoffelijke gevoelens hebben afgelegd en in die van de geest hebben omgezet.

 

 

En over het ‘zich nog iets voelen’ (‘een voetstuk hebben’ in tegenstelling tot ‘je gelijkwaardig voelen’):

 

 

* 1e dr hst.3e blz.147 o.m.

 

  4e dr hst. 8 blz.136 o.m.

 

Daar zat ik nu, ik was niets, een grote nul in de eeuwigheid.

 

Op Aarde dacht ik niet veel te zijn en toch voelde ik me daar reeds te veel om niets te zijn. Hoeveel moeten vele mensen, die op Aarde leven, dan niet afleggen? Had ik, doodgewone koetsier, nog iets af te leggen? Ik was niets en toch was ik teveel in dit leven, toch had ik mij teveel van het aardse leven eigen gemaakt en niets in de geest geleerd. Geestelijker had ik moeten leven.

 

 

* 1e dr hst.3e blz.149 o.

 

  4e dr hst. 8 blz.138 o.m.

 

Ik voelde mij als een kind; weer ging mijn aardse leven aan mij voorbij en ik had het gevoel of ik geheel was gebroken. Er was iets in mij vernietigd en dat was mijn aardse voetstuk.

 

Ik voelde mij thans ver van de Aarde verwijderd en toch beleefde ik op dat ogenblik mijn aardse bestaan. Ik voelde, dat de broeder zijn handen op mijn hoofd legde en hoorde hem zeggen: "Goed zo, mijn vriend, het is heerlijk een leerling te bezitten, die de kracht des geestes voelt en het hoofd weet te buigen."

 

Ik zag naar hem op en zei: "Ik zal mijn best doen, broeder, als u maar een klein beetje geduld met mij hebt."

 

Weer dacht ik aan mijn leven op Aarde en zag mijzelf als een kind, lief en gewillig. Zó moest het zijn, zó zou ik worden; ik voelde mij niet meer, want ik was een "niet". Hoeveel nullen waren er niet op Aarde, die geen nieten wilden zijn, doch hier zouden zij het worden. Allen, die zich op Aarde voelen, zichzelf "voelen", zijn nieten in de geest. Het is het bewandelen van de weg, die regelrecht naar de duisternis voert. Wij allen, die aan gene zijde en op Aarde leven, ook zij uit de hogere gebieden, zijn kinderen in de geest, kinderen van die onbekende God.

 

 

* 1e dr hst.3f blz.158 b.m.

 

  4e dr hst. 9 blz.146 m.

 

"Dan buigen we ons hoofd en bidden we uit het diepst van onze ziel en smeken God om vergiffenis. Dan denken wij steeds door en behoeft een ander geen tien of twintig maal iets te herhalen. Dan wordt de mens vervuld van eerbied. Dan speelt men niet met het leven, maar voelt ontzag voor dat van een ander en gaat men in liefde er in over. Ik hoop dat u ernstig zult worden."

 

                    ~ ~ ~

 

- Natuurlijk leren denken is geen doel op zich, maar een middel om aan gene zijde werk (dienende liefde) te kunnen doen en dus te kunnen evolueren. Bovendien kan het ons hier op aarde ook al helpen om beter te kunnen leven (meer in overeenstemming met Gods wetten), om beter goed te kunnen maken en om minder disharmonie te veroorzaken.

 

- Zolang wij ons nog niet gelijkwaardig voelen als mens, denken we nog onnatuurlijk. Immers: wij zijn allemaal gelijkwaardige kinderen van God. Wij zijn niets minder waard dan de eerste mens (Christus) en niets meer waard dan de laatste (primitiefste) mens. Dat wéten we uit de Rulof-boeken, maar het is de bedoeling dat we dat ook zo gaan vóélen. Indien wij mensen niet gelijkwaardig geschapen zouden zijn, zou dit een onrechtvaardigheid in de schepping betekenen, wat toch niet mogelijk is! Wij mensen zijn allen gelijkwaardig geschapen en evolueren allemaal binnen dezelfde wetten en mogelijkheden. Natuurlijk is het wel zo, dat we niet allemaal in hetzelfde stadium van evolutie zitten omdat we niet precies tegelijk begonnen zijn. Onze zielen zijn dus niet precies even oud. En daardoor verschillen de mensen zo veel van elkaar. Ze blijven echter, ondanks verschillen in zieleleeftijd, verleden, karma, karakter, talenten, enzovoorts, toch gelijkwaardig als mens.

 

Er zijn helaas nog te weinig mensen op aarde die ‘gelijkwaardigheid’ nastreven. En er zijn nog véél minder mensen die deze gelijkwaardigheid ook echt begrijpen. Wij Rulof-lezers kennen het ontstaan en de evolutie van de mens en kunnen begrijpen waaróm alle mensen gelijkwaardig zijn. En zo zijn er nog wel meer belangrijke dingen in het leven, die wij, als lezers van deze unieke boeken, dank zij Jozef Rulof, als enige kunnen begrijpen. En we dienen dus uit te kijken dat we ons, met alles wat we hierin gelezen hebben, niet méér gaan voelen dan anderen. Iedere ziel zal zich óóit deze kennis eigen maken, dat dienen we goed te beseffen. Het is gewoon een kwestie van tijd. Zowel de primitiefste mensen in ons zonnestelsel alsook de mensen in de diepste astrale hellen, zullen ooit begrijpen waarom ieder mens gelijkwaardig is. Maar zoiets kun je je  moeilijk voorstellen, dus maken we liever een andere vergelijking. Is een zwak en onooglijk kind uit de 3e groep van de lagere school minder waard dan een gezond en mooi kind uit de 6e groep?  Wij weten dat ze gelijkwaardig zijn, maar..... voelen die kinderen dat ook zo? Ik denk van niet. En er zijn nog wel meer aspecten in de maatschappij die de verschillen tussen de mensen  benadrukken en de gevoelens van gelijkwaardigheid tegenwerken.

 

In India heb je de kasten-verschillen. En vroeger had je ook hier de verschillende ‘standen’: de ‘adel’, de ‘middenklasse’ en het ‘gewone volk’.

 

Maar is het nu veel anders?  De verschillen in rijkdom, macht en aanzien heb je nog steeds en er is sinds vroeger nog een ander aspect bijgekomen dat de mens gevoelens van ongelijkwaardigheid kan geven, en dat is: ‘intelligentie’. Intelligente mensen, kijken helaas vaak neer op de minder intelligente medemensen. Ze laten geregeld zien hoe slim ze zijn en ergeren zich vaak aan dom of traag gedrag van anderen. En die minder intelligente mensen kijken helaas nog te vaak op tegen hun geleerde en makkelijk pratende medemensen. De een voelt zich onterecht meerderwaardig en de ander onterecht minderwaardig, maar beide mensen denken dus onnatuurlijk. Beide mensen weten niet dat mensen in principe altijd gelijkwaardig zijn en blijven  en bovendien weten ze ook niet dat intelligentie slechts een talent of eigenschap is, die behoort bij een taak die men in dat leven dient te volbrengen. Het kan dus best zijn, dat een doctor of professor in een volgend leven een stotterende arbeider is, om in die toestand iets van oorzaak-en-gevolg te beleven.

 

Ieder van ons dient dus uit te kijken dat ie zich niet meerderwaardig voelt dan minder intelligente medemensen en niet minderwaardig dan intelligentere medemensen. En dit geldt niet alleen voor intelligentie, maar ook voor andere talenten, zoals bijvoorbeeld muzikaliteit, kunstzinnige creativiteit, praatvaardigheid, mediamieke gevoeligheid enz. enz. Geen enkele eigenschap mag ons gevoel van gelijkwaardigheid misleiden; zelfs het hebben van de eigenschap ‘liefde’, wat toch de belangrijkste eigenschap is die er bestaat, geeft de mens niet het recht om zich daardoor meerderwaardig te voelen. Het is niet voor niets, dat hoog-ontwikkelde geesten in de hogere hemelsferen zich ‘kinderen in de geest’ blijven noemen. En ál hun medemensen noemen ze ‘broeder’ of ‘zuster’.

 

- Dan nog dit: mensen die zich op aarde meerderwaardig voelen, houden echter niet alleen zichzelf en anderen voor de gek. Zij scheppen door hun waanbeeld ook vaak nieuw oorzaak- en-gevolg, omdat ze veel medemensen met onvoldoende respect behandelen. Wie zich meerderwaardig voelt is meestal tevens betweterig en eigenwijs, zodat men zelden een goed advies aanneemt van een eenvoudiger mens. (En ik denk dat dit ook de reden is waarom intellectuelen zelden open staan voor de leer uit de Rulof-boeken. De geestelijke waarheid is namelijk eenvoudig van aard en is in hun ogen dus minderwaardig, iets dat men liever bespot, dan dat men er voor buigt.)

 

- Denken in termen van gelijkwaardigheid behoort dus tot het natuurlijke denken. We dienen dus een evenwicht te vinden in:  het je niet meer te voelen dan iemand die minder dan jou lijkt  en het je niet minder te voelen dan iemand die meer dan jou lijkt. Het is ook goed te beseffen dat God jou waardevol vindt, maar dat God ook ál Zijn kinderen als gelijkwaardig ziet. We zijn geen grammetjes meer of minder waard dan een ander. Je bént wie je bént; als mens ben je een volwaardig kind van God. En we dienen ook nooit te vergeten, dat je als ziel al duizenden levens achter de rug hebt en dat de talenten die je nú hebt, maar een fractie vormen van jou als volledige ziel. Al die andere talenten blijven nu onbewust omdat ze niet van belang zijn voor je huidige levenstaak en voor wat je hier nú te leren of goed te maken hebt. Dus in werkelijkheid heb je veel meer talenten in je, dan welke jij bij je geboorte ‘meegekregen hebt’. En zelfs indien het er nu op líjkt, alsof je toen helemáál geen talenten meegekregen hebt, dan nog ben je een volwaardig mens die zich gelijkwaardig mag voelen ten opzichten van íéder ander. Waarschijnlijk dien je dan iets te BELEVEN, iets zinvols, iets om goed te maken of om te leren. En... om iets te beleven heb je niet veel talenten nodig. Het komt wel eens voor, dat zelfs de eenvoudigste talenten een beleving in de weg staan, bijvoorbeeld bij dementie. Maar ook onze dromen (ook controle is een talent) vormen daar een voorbeeld van.

 

- Wie zich aan gene zijde meer ‘voelt’ dan een ander, plaatst zichzelf in een onnatuurlijke toestand en staat daardoor stil in z’n geestelijke groei. Je kunt dan niet in de eerste sfeer komen. Door elke vorm van hoogmoed, veroordeel je jezelf tot een mistige of duistere sfeer. Om vooruit te komen, dien je je op dat gebied ‘de eenvoud van een kind’ eigen te maken. En dat valt niet mee voor iemand die sterft als iemand met een ‘belangrijke positie’ in de maatschappij. Dan krijg je het daar dus moeilijk, omdat dat gevoel van ‘belangrijk zijn’ eerst afgelegd dient te worden. En dat moet je eerst WILLEN afleggen. En alleen al het nemen van dit wilsbesluit, daar doen sommigen al járen over. Je dient daar in vrijheid voor te kiezen en kan men je dus niet bij helpen. In ongemotiveerde mensen steken de begeleiders weinig tijd. “Wie niet wil staat stil”. Maar wanneer je dan eindelijk het wilsbesluit tot gelijkwaardigheid genomen hebt, dan krijg je wel alle hulp van de begeleiders, maar zelfs dan nog schijnt het ‘voetstuk afbreken’ daar meer moeite te kosten dan hier op aarde. En - beste lezers - omdat iedereen wel érgens een voetstukje heeft, bewust of onbewust opge-bouwd, kunnen we er maar beter nú al aan beginnen.

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Vreugde en kalmte:

 

Gelukkig-zijn en vredig-zijn, zijn aspecten van het leven die iedereen vroeg of laat zelf dient te verdienen door goed te maken. Je kunt het dus niet eventjes leren. Vreugde en kalmte zijn daarentegen wél dingen waartoe je jezelf kunt aanzetten. Jezelf tot kalmte manen is een bekend iets. We kunnen bijvoorbeeld lezen in ‘Zij die Terugkeerden uit de Dood’, hoe de driftige Gerhard de Koetsier zichzelf steeds tot kalmte moest manen omdat anders zijn aardse ziektever-schijnselen weer terugkwamen. Driftigheid en ongeduld horen bij het onnatuurlijke, lagere denken, zoals hij dat op aarde gedaan had en behoort dus niet bij het hogere, natuurlijke denken zoals men dat in de hogere geestenwerelden doet. Gelukkig lukte het hem om zichzelf tot kalmte te manen, zodat hij rustiger kon denken. anders zou hij zichzelf daar niet verder hebben kunnen ontwikkelen. En het is fijn voor ons te weten, dat ‘jezelf tot kalmte manen’ iets is wat iedereen kan leren, iets heel praktisch en nuttigs waarin je relatief snel vooruitgang kunt boeken. Wat Gerhard kon leren in het schemerland, waarom zouden wij dat niet kunnen leren hier op aarde?  Daar kunnen we nu wel wat moeite voor doen. Het is werkelijk héél nuttig. Immers, indien je hier op aarde reeds je driftigheid en ongeduld overwint, wordt je hier op aarde al een prettiger persoon voor je omgeving en jezelf. Bovendien schept iemand die kalm is, vaak minder nieuw oorzaak-en-gevolg. En wat je niet veroorzaakt hoef je al weer niet goed te maken; mooi toch!

 

Kalmer dénken is in ieder geval iets wat ieder van ons nog moet leren. Dan worden we ook minder driftig in onze daden. We ergeren ons nog te vaak aan van allerlei zaken, meestal juist aan die dingen waar onze ziel mee bezig is.

 

Ook oordelen we nog vaak te vlug over anderen. Hoe snel hebben we niet een mening klaar vóórdat we iets eerlijk en rustig onderzocht hebben?

 

En verder zijn we ook nog vaak te ongeduldig met anderen, maar ook  met onszelf.

 

Dit zijn allemaal dingen die met kalmte te maken hebben en die we dus kunnen overwinnen door ons bewust tot kalmte te manen.

 

Het is overigens geen kunst om kalm te blijven in een comfortabel huisje op de hei. Dat is echter niet de bedoeling van ons leven. Nee, het is juist de uitdaging, om midden in het leven te staan, en dáár in allerlei situaties onszelf te blijven, door onszelf tot kalmte te manen. Ook hierbij geldt: al doende leert.

 

‘Jezelf tot kalmte manen’ is een redelijk bekend begrip, omdat iedereen in de maatschappij daar wel eens mee te maken krijgt. “Jezelf tot vreugde manen’, is daarentegen minder bekend. Gerhard de Koetsier kwam in het schemerland mensen tegen. die in zichzelf gekeerd en met lange gezichten liepen te piekeren. Eerst ergerde hij zich hieraan, maar later leerde hij hen begrijpen en besefte hij dat hij zelf in een soortgelijke toestand zat. Hij en zij gingen beseffen en aanvaarden in wat voor situatie zij zich bevonden, maar het drong nog niet tot hen door hoe zij zichzelf hier uit konden werken. Zij beseften dat hun geluk nog niet volmaakt was, maar hadden nog niet het wilsbesluit genomen om hier met hart en ziel aan te gaan werken. Maar beste lezers, hoe zijn wij zelf? Zijn wij veel anders? En in hoeverre zijn wij zelf  natuurlijk in ons denken? En weten wijzélf al precies hoe wij ons meer geluk en liefde eigen kunnen maken?

 

Die piekerende mensen in het schemerland dienden dus eerst zelf, geheel vrijwillig, tot een besluit te komen om doelbewust iets te gaan doen voor anderen. (Dienende liefde is de enige manier om je meer werkelijk geluk eigen te maken.) Pas daarna mochten ze aan een praktische opleiding beginnen om daadwerkelijk ergens aan het werk te kunnen gaan. Die lange, onbezielde gezichten werden veroorzaakt doordat ze nog niet goed wisten wat ze echt wilden met hun leven. Wie een duidelijk, opbouwend ideaal heeft, krijgt vanzelf energie, bezieling en een positief, vreugdevol gevoel.in z’n hart. Zo ook Gerhard, want als hij dit niet zou hebben gehad, zou hij het nog geen uur hebben kunnen volhouden in de duistere sferen waar hij liefdewerk ging doen.

 

En volgens mij gelden diezelfde principes voor ons op aarde. Mensen die weten wat ze willen, mensen met een positief ideaal hebben meer vreugde en energie voor hun werk. Wie dus een duidelijk en geestelijk-zinvol doel voor ogen heeft, krijgt extra energie en levenslust, terwijl degene die alleen maar piekert en met zijn eigen, disharmonische toestand bezig is, juist meer last heeft van zwaarmoedigheid en lusteloosheid. Het is dus belangrijk voor ieder mens, ongeacht de situatie waarin ie zich bevindt, dat ie zich voor iets zinvols kan inzetten. Dat geeft voldoening en men kan er met vreugde aan denken. Dat

 

hebben we nodig. En we

 

kunnen er altijd voor kiezen!

 

Onlangs las ik een boekbeschrijving over het boek: ‘De zin van het bestaan’, van de Weense psychiater Frankl, die tijdens de 2e wereldoorlog 3 jaar lang concentratiekamp-gevangene was geweest:

 

“Heel belangrijk, en misschien zelfs bepalend voor de overlevingskansen in het concentratiekamp, was het feit of de gevangen iets hadden om voor te leven: iemand van wie ze hielden, een werk dat voltooid moest worden of iets anders dat betekenis gaf aan hun lijden. Zo hoorde ik dat Otto Frank, de vader van Anne, zich door een jongere medegevangene ‘papa’ liet noemen. Dit hielp hem te overleven.”

 

Beste lezers, u ziet hier hoe belangrijk het is voor ons eigen welbevinden en psychisch functioneren, dat we ook een ‘korte-termijn-doelstelling’ en ‘zinvolle dingen om te doen in de maatschappij’, nodig hebben om vooruit te komen op ons geestelijk pad.

 

Het jezelf-vreugdevol-en-levenslustig-voelen is niet iets wat altijd vanzelf gaat. Daar dienen we telkens serieus werk van te maken. Zo dienen we nooit te vergeten dat  we er ieder moment van de dag voor kunnen kiezen om aan iets vreugdevols te denken. Wie wil zoeken, vindt altijd wel iets om zich op te verheugen (desnoods op een warme douche/bad of op wat mooie, opgewekte muziek). Al glimlach je alleen in gedachten, dan heb je die dag al niet voor niets geleefd. Doe het zelf, iedere dag, want niemand anders kan dit voor je doen.

 

Als het eventjes tegen lijkt te zitten in het leven, kun je daar op twee manieren op reageren: boos/driftig óf teleurgesteld/neerslachtig. Beide neigingen zitten in ieder mens, maar... er is altijd één van die twee die bij iemand de overhand heeft. Je kunt dus zelf zien tot welk type jij behoort, om zo je strategie te bepalen waaraan je het eerst gaat werken.

 

Gerhard de Koetsier behoorde tot het driftige type en de piekerende mensen die hij tegenkwam in het schemerland behoorden tot het neerslachtige type. Het driftige type dient zich vaker tot kalmte te manen en het neerslachtige tot vreugde.

 

Je bént zoals je denkt, zoals jouw gedachten zijn. En indien je anders wilt wórden, zul je eerst ook anders moeten gaan dénken. Probeer het eens een week, dan zul je merken dat veranderen echt mogelijk is.

 

Wat gebéúrt er nou precies, indien je jezelf tot vreugde maant?

 

Ieder mens heeft het vermogen in zich om te scheppen, om veran-deringen te bewerkstelligen in zichzelf. Ook jij kunt van dat schep-pend vermogen gebruik maken!

 

Ieder van ons is vanuit z’n verleden in disharmonie geraakt en die disharmonie komt geregeld in ons innerlijk naar boven in de vorm van vervelende onvrede-gevoelens, onrust-gevoelens of gevoelens van ongelukkig-zijn. Dat kan behoorlijk hinderlijk zijn in ons daaglijkse functioneren. En dan dienen we dus actie te ondernemen met ons scheppend vermogen. Ons verleden heeft iets disharmonisch, iets negatiefs geschapen. Dus kunnen we daar zelf nu iets harmonisch en positiefs tegenover zetten. Ga bewust aan vreugdevolle dingen denken. Zing desnoods vreugdevolle liedjes. Iedereen kent wel een paar deuntjes. Ken je de teksten er niet bij, gebruik dan maar het woord ‘vreugde’ (vreugd).

 

Gewoon doen! En kijk eens wat na een kwartiertje het resultaat is. Wij dienen ons scheppend vermogen niet te onderschatten. Laatst lag ik om een uur of vijf te dromen in bed. De avond ervoor had ik nog een  positieve gedachte opgeschreven, maar nu had ik een vervelende, onrustige droom. Op een gegeven moment herhaalde ikzelf die positieve ge-dachte: “het leven is goed; ik ga meer houden van het leven” en ... verdwenen was de nare sfeer van die droom, ineens, als sneeuw voor de zon.

 

Zo zie je hoe krachtig wij kunnen scheppen door ons denken en met name door ons positief denken.

 

Voor de mensen die nog twijfelen omdat ze denken dat het scheppen van positieve gedachten iets onnatuurlijks zou zijn: Wij mensen zijn kinderen van God, de SCHEPPER en wij zijn geschapen naar Zijn beeld. God  heeft de hele schepping opgebouwd en het Leven is dus van nature OPBOUWEND van aard. Alles in Gods schepping staat dus in het teken van opbouw, evolutie naar het hogere, dus van positieve verandering en ontplooiing. God staat er achter dat onze zielen groeien. Alle zielen gaan uiteindelijk naar het Goddelijke stadium groeien, en die neiging, die diep in iedere mensenziel zit, dáár kunnen we gebruik van maken via onze scheppende, positieve gedachten. En dit heeft daarom niets met onnatuurlijkheid te maken. Dus indien je met een positieve gedachte schept, dan help je God in Zijn grote plan en tevens help je jezelf om beter te functioneren.

 

Maar indien het jou op een gegeven moment niet lukt om positief te zijn, terwijl je daarvoor wél je uiterste best hebt gedaan, wil ik je er nog op attent maken, dat je niet kunt ‘bidden’ om meer liefde, vrede of geluk (omdat je dit zelf moet verdienen), maar wél om meer innerlijke kalmte en vreugde. En met ‘bidden’ bedoel ik dan: in de stilte van je geest , dus in gedachten de ‘intentie’ uitspreken (= duidelijke maar subtiele wens aangeven  zonder iets te eisen of te willen afdwingen). En zo’n intentie wordt nog krachtiger indien je na het uitspreken eventjes stil bent. Je geeft dan die wens ‘de ruimte’, wat inhoudt dat je hem ‘met vertrouwen overgeeft’ aan het Leven. En je vertrouwt er dus zo goed mogelijk op, dat het Leven het goed met je voor heeft, ongeacht of jouw wens wel of niet vervuld wordt.

 

Nu wil ik toch nog eens aangeven, dat het natuurlijk (positief, vreugdevol, kalm) denken niet een doel op zich is, maar slechts een middel om je leven beter te kunnen leven en dus om zelf beter te kunnen werken aan jouw geestelijke evolutie.

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Omdat de Boekenwijzerdag-lezing goed aansluit bij de vorige inleidingen, volgt hier de tekst:

 

HET NATUURLIJK DENKEN 

 

* Hoe natuurlijker we gaan denken, hoe sneller wij evolueren naar meer geluk en liefde.

 

 

Natuurlijk denken wil in eerste instantie zeggen: denken in overeenstemming met Gods wetten en met name met Gods belangrijkste wet: de Liefde, met een grote L.

 

In het boek 'Zij die Terugkeerden uit de Dood' lezen we, dat Gerhard de Koetsier eerst moest leren natuurlijk te denken indien hij vérder wilde komen in het Hiernamaals. Zo moest hij eerst het verschil leren zien tussen: hoe er in het Hiernamaals werd gedacht  én hoe er op aarde werd gedacht. Hieruit kunnen we helaas de conclusie trekken, dat er op aarde nog niet zo natuurlijk gedacht wordt. En omdat er nog onnatuurlijk gedacht wordt, wordt er dus ook nog onnatuurlijk gelééfd. Er zijn hier nu nog maar weinig mensen die helemaal denken en leven volgens Gods natuurwetten, maar in de toekomst zullen er dat steeds meer worden.

 

Twee belangrijke aspecten van het natuurlijk denken zijn: het 'Liefde-denken' en het 'oneindigheids-denken'. Christus heeft als eerste het 'Liefde-denken' op aarde gebracht; het 'oneindigheids-denken' werd al eerder door vele religies verkondigd, weliswaar in verschillende vormen, maar gemeenschappelijk was, dat iemands leven op de een of andere manier verder ging na diens sterven.

 

Maar, zowel het 'Liefde-denken' als het 'oneindigheids-denken' worden door de huidige wetenschap niet serieus genomen en niet als waardevol gezien. De meeste intellectuelen uit onze moderne maatschappij geloven nog niet in een verder-leven van hun geest na de stoffelijke dood en vinden het 'liefde-denken' een twijfelachtige hobby voor anderen, maar dus niet een zinvolle methode om werkelijk aan zichzelf te werken.

 

En omdat de niet-intellectuele massa nog steeds opkijkt tegen dat wat de intellectuelen zeggen en schrijven, mede daarom zijn er nu nog maar zo relatief weinig mensen, die serieus bezig zijn met het 'liefde-denken' en met het 'oneindigheids-denken'.

 

Wanneer, via het directe-stem-apparaat, de meeste intellectuelen overtuigd zullen worden van het 'oneindigheids-denken' en 'liefde-denken', dan zal de massa wellicht ook snel volgen.

 

En wanneer men serieus gaat geloven in een verder-leven van z'n geest, meteen nadat men voor de aarde gestorven zal zijn, dan pas zal men hier-en-nu serieus willen werken aan z'n toekomstig welzijn. En dan pas beseft men, dat men niet alleen

 

verantwoordelijk is voor z'n huidig welzijn, maar ook voor zijn welzijn straks in het hiernamaals. En dat is de reden dat men nu nog zo onverantwoord omgaat met z'n eigen groeimogelijkheden, met z'n medemens, met de natuur, enz. enz.

 

Maar gelukkig gaat hier dus verbetering in komen, waarschijnlijk reeds binnen tien, vijftien jaar. Onze geleerden en de intellectuele leiders in de maatschappij  zullen bewijzen krijgen, dat het hiernamaals werkelijk bestaat en dat ons leven werkelijk verder zal gaan meteen na ons sterven op aarde.

 

En na deze niet-te-ontkennen bewijzen, die steeds herhaald kunnen worden en waar geen speld tussen te krijgen is, wordt men gedwongen om anders te gaan denken, geestelijker en natuurlijker.

 

En dan kunnen wij, als lezers van de Rulof-boeken, omdat wij al jarenlang ervaring hebben met realistisch, spiritualistisch denken, onze broeders en zusters op aarde helpen om deze geestelijke aardbeving te boven te komen. Onze Rulof-wijsheid krijgt extra waarde, wanneer de westerse maatschappij op haar grondvesten beeft en schudt. De natuurwetenschappers, bestuurders, juristen, journalisten, medici, psychiaters, psychologen, theologen, economen, noem maar op, allen zullen zich dan moeten herbezinnen op hun taak, functie en status in de maatschappij.

 

Stelt u zich eens voor wat zo'n geestelijke revolutie teweegbrengt, en dat alles in de Eeuw van Christus. De toekomst zal in ieder geval positief zijn... maar er zullen eerst nog wel enige, pijnlijke overgangs-verschijnselen, oftewel groei-verschijnselen aan voorafgaan. Maar ook bij die strijd zal Gene Zijde hulp en steun bieden. Maar ook wij, de Rulof-lezers kunnen daarbij misschien enige hulp bieden aan de mensen die willen. Zo gaat de Boekenwijzer hiervoor een 'BASIS-STUDIE  RULOF-LEER' ontwikkelen. Het belangrijkste uit de Rulof-leer kan dan sneller en effectiever - via de boeken van de Meesters - aan de massa worden doorgegeven. Voor dit project worden 4 Rulof-boeken gebruikt, namelijk: Zij die Terugkeerden uit de Dood, De Kringloop der Ziel, Een Blik in het Hiernamaals en Door de Grebbelinie naar het Eeuwige Leven. Bij ieder hoofdstuk worden een aantal vragen en belangrijke citaten, oftewel fundamenten, gegeven. Bovendien komt er bij elk van deze 4 boeken een thematische index, oftewel alfabetische trefwoordenlijst, om snel dingen te kunnen terugzoeken via een alinea-systeem, zodat het niet uitmaakt welke druk iemands boek heeft.

 

Maar..... wat nog belangrijker is, om ons voor te bereiden op voorgenoemde geestelijke revolutie, is, dat we zelf leren leven volgens de natuurlijke wijsheid uit de Rulof-boeken. Immers hoe meer liefde en innerlijke harmonie we ons eigen maken, hoe beter we zelf de Rulof-leer zullen begrijpen. En dan kunnen we spontaan uit eigen ervaring over deze geweldige leer aan anderen vertellen, vragen beantwoorden en adviezen geven.

 

Dan wil ik hier graag nog iets zeggen over de praktische kant van het natuurlijke denken.

 

We dienen geregeld de tijd te nemen, om eventjes na te denken over ons leven, dus tijd te nemen om onze gedachten te laten gaan naar onze eigen toestand, naar waar we met ons leven naar toe willen gaan en of we daar op een goede manier mee bezig zijn. Het is geen overbodige luxe om ons geregeld te bezinnen op ons eigen leven en we dienen daar dus bewust tijd voor in te plannen, zeker in de tegenwoordige tijd, waar je al zo veel tijd in andere zaken dient te stoppen.

 

Indien we dat niet doen, dan verzuipen we in het drukke westerse leven. We verliezen ons zelf daar dan in. De een wordt overspannen, de ander apathisch, onverschillig of verkwist z'n kostbare tijd aan aardse zaken, die straks na de dood geen waarde meer blijken te hebben.

 

Echter, door je geregeld op je leven te bezinnen, komt er meer evenwicht in je leven, meer natuurlijkheid en minder onnatuurlijkheid.

 

'Evenwicht' is duidelijk een aspect van 'natuurlijkheid'; we zien immers overal evenwicht in de natuur. En andere dingen zijn duidelijk onnatuurlijk, dingen zoals: overspannenheid, onverschilligheid, passiviteit, lusteloosheid, depressie, maar ook: koortsachtig fanatisme, werk-verslaving en wellust naar macht en status.

 

Door geregelde bezinning worden we dus natuurlijker en dus evenwichtiger.

 

- Nu zal ik u nog op een andere manier aantonen, waarom geregelde bezinning echt iets natuurlijks is voor ons als mens. Dieren zijn altijd al natuurlijk en hoeven zich dus nooit te bezinnen. Maar mensen hebben een vrije wil; we kunnen steeds zelf in vrijheid kiezen, welke richting we uit willen gaan met ons leven. We hebben ieder moment de keuze om:

 

            óf ons willekeurig mee te laten dobberen op de golven van het leven; dat is dus de weg volgen van de minste weerstand; dat lijkt makkelijk; en men denkt: ik zie wel waar ik uit kom.

 

       óf we nemen zélf het roer in handen en bepalen zélf bewust waar we met onszelf naar toe willen.

 

Dat zijn de twee mogelijkheden die ieder mens altijd heeft, en dit komt dus door onze vrije wil. En indien je kiest voor die tweede mogelijkheid, dus dat je bewust sturing wilt geven aan je eigen leven, dan kun je dit alleen waarmaken indien jij je geregeld bezint op je leven en het zo-nodig bijstuurt in de juiste richting.

 

(Tussen haakjes: je bezinnen op je levensdoelen heeft overigens nog een prettig neveneffect, als die doelen zijn: het ontwikkelen van meer liefde, harmonie en geluk. Door deze bezinning op ‘het hogere’ ga jij je hier namelijk ook op afstemmen, en zul jij hier ook ondersteuning van ontvangen.)

 

'Geregeld bezinnen' draagt dus bij aan een natuurlijk evenwicht bij het omgaan met de vrije wil van de mens.

 

'Geregeld bezinnen' draagt ook nog op een andere manier bij aan het natuurlijk evenwicht van onze geest. Namelijk, indien we geregeld de tijd nemen om onze gedachten even tot rust te laten komen, zonder dan met een andere taak bezig te zijn, dan kunnen we onze belevenissen beter verwerken.  Wat is het geval? Om vérder te komen in ons leven, dienen we allerlei dingen te beléven. Dat is goed. Maar die belevenissen dienen vervolgens ook verwerkt te worden. Echter, indien we dat verwerken onvoldoende toepassen door onze gedachten daar over te lagen gaan, oftewel daarover ná te mijmeren, dan gaat dit storingen geven in onze geest. Die gedachten en gevoelens gaan ons dan storen terwijl we met onze andere activiteiten bezig zijn. En dat is dus een onnatuurlijke toestand. Maar dit kun je dus  voorkomen  door geregeld tijd te nemen voor bezinning.

 

Dit soort bezinnen heeft dus met je verleden te maken, terwijl het vorig-genoemde bezinnen met je toekomst te maken heeft. Maar beide dienen we geregeld in het 'nu' toe te passen, liefst dagelijks, maar toch zeker wekelijks.

 

Beide soorten bezinnen behoren tot het natuurlijk denken en beide dragen bij aan onze geestelijke evolutie en innerlijke harmonie.

  

DE GROOTSTE LEUGEN VAN DE EEUW   (de houding van ‘de wetenschap’ naar een verderleven-na-het-sterven)

 

* Het feit dat iemand verder leeft na z’n dood, is geen loze bewering; er zijn zelfs veel dingen die in deze richting duiden.

 

De grootste leugen van de eeuw komt volgens mij uit... de officiële wetenschap. Wat beweert namelijk die ‘moderne wetenschap’? Ze stelt: wanneer iemand dood gaat, stopt diens leven definitief. Die persoon houdt dan op te bestaan. Maar... ik wil hier even duidelijk stellen dat dit dus een leugen is. Indien men hierover  een echt wetenschappelijke uitspraak zou doen, zou men eigenlijk moeten stellen: er zijn twee vermoedens. Als men er van uitgaat dat het leven stopt bij de dood, is dit een ‘vermoeden’ oftewel een ‘geloof’. En als men er van uitgaat dat het leven niet stopt, dan is dit ook een ‘geloof’ oftewel een ‘vermoeden’. Beide stellingen zijn dus vermoedens. De moderne wetenschap zóú dus moeten stellen: beide vermoedens zijn reële mogelijkheden, maar voor beide hebben we geen bewijs en dus laten we het echt open. We geven toe dat we het gewoon niet weten, omdat hier onze onderzoeksmogelijkheden te beperkt zijn.

 

Zó zou de wetenschap zich hierover éígenlijk moeten opstellen. Maar nee, veel hoogmoedige wetenschappers stellen botweg: er is geen leven na de dood, punt! En ze zeggen als het ware: al de mensen die het tegendeel beweren, zijn zwevers, onnozele stumperts of afvallige dwalers. Deze wetenschappers doen alsof alles wat niet ‘bewezen’ kan worden, dan ook maar ‘niet bestaat’.

 

Beste mensen, volgens mij wordt het tijd dat de wetenschappers en intellectuele leiders gaan inzien hoe onwetenschappelijk hun stelling en houding hierover is, zodat ze meer open gaan staan voor mensen die geloven in een verder leven na de dood. Verdienen al die gelovers het niet om serieus genomen te worden?

 

Er zou dus vanuit de wetenschap een nieuwe houding moeten komen. En universiteiten zouden serieus moeten laten onderzoeken:

 

a/ hoe groot de kans is, dat er wél leven is na de dood   en

 

b/ wat de meest waarschijnlijke mogelijkheid is hoe dit leven-na-de-dood er uit zal zien, hoe het daar is en hoe het werkt .

 

Laat de grote denkers uit deze tijd hier maar eens aan gaan werken en laat ze niet alleen grasduinen in de godsdiensten, in de filosofie en de parapsychologie. Maar laat ze ook de esoterische boeken onder handen nemen en met name de boeken van Jozef Rulof. Het zal hun zeker verbazen hoeveel natuurlijke en logische verklaringen ze daar zullen vinden voor heel veel belangrijke levensvraagstukken.

 

Beste mensen, laten we hopen dat deze ommedraai, deze omkering bij de wetenschappers spoedig zal komen. En wie weet, krijgen de jongeren straks op school naast het vak ‘maatschappij-leer’ ook het vak ‘leven-na-de-dood-leer’.

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

Onlangs kreeg ik de volgende ideeën , die ik heb opgeschreven en waarvan ik achteraf denk dat ze ook van waarde zouden kunnen zijn voor andere Rulof-lezers.

 

Ik wil er wel bij benadrukken dat het hier niet om harde feiten gaat, maar om vermoedens. Het zijn weliswaar sterke vermoedens, maar de precieze feiten zullen we wellicht na de kist pas ervaren, of... - als het een beetje meezit - ná het directe-stem-apparaat.

 

De hoofd-reden waarom de Rulof-boeken nog niet massaal gelezen en aanvaard worden is, dat de massa er gevoelsmatig nog niet klaar voor is. Een andere reden waarom veel mensen nu nog niet zo enthousiast zijn over deze boeken, zijn volgens mij vooral 2 kwesties waardoor men gaat twijfelen aan alle andere wijsheid uit deze prachtige, unieke boeken.

 

- De eerste zogenaamde kwestie is de ‘Maankwestie’ die we reeds  besproken hebben in Boekenwijzer-63 (december 2003). Kort samengevat: wellicht kunnen mensen van de aarde alléén buiten de dampkring/aard-atmosfeer komen, en dus ruimtevaart beoefenen, indien men van Gene Zijde hierbij helpt (bijvoorbeeld door beschermende aura’s of iets dergelijks). En waarom is die hulp dan niet voorspeld kunnen worden? Wellicht zou dit kunnen komen omdat de opdracht daartoe niet vanuit de 4e maar vanuit de hoogste, misschien wel de 7e kosmische graad is gekomen.

 

- De tweede zogenaamde kwestie is de ‘kinderkanker-kwestie’.

 

Wanneer men leest in De Volkeren der Aarde, dat kinderen geen kanker kunnen beleven, is dit voor velen een reden om ‘af te haken’. Gelukkig wordt hier later op de vraag-en-antwoord-avonden enige toelichting op gegeven (in spreektaal).

 

Vraag en Antwoord deel 6 blz. 67 o.:

 

(Mevrouw in de zaal:) In De Volkeren

 

 der Aarde' op bladzijde 405 (red: in 1e druk, hst. 27; in 4e dr. hst. 27 blz.282 o. en in het e-boek op blz. 346 m.), daar behandelt u het kankerproces. Daar schrijft u van enige aura's van volwassen personen, die u daar voor onderzoek bij elkaar had. Want, schrijft u, kinderen kunnen geen kanker beleven. Maar men hoort hier toch wel dagelijks van kinderen die aan jeugdkanker gestorven zijn. Of is dit een verkeerde benadering?'

 

Kinderen kunnen die en die graad van kanker niet beleven. Maar men heeft nu reeds bij een kind van vijf en zes jaar kanker vastgelegd, en vastgesteld, en bewezen.

 

Maar het kind... In die en die graad.

 

Dan is dat kind dus al voor honderd procent beïnvloed. Is mogelijk. Maar het eigenlijke kind...

 

Er zijn op dit ogenblik enkele kinderen op de wereld... In Amerika beleeft u dat meer, dan... Dat gaat... hoe is dat organisme ontstaan? En welke voorouders en welke tijdperken hebben aan uw lichaam gewerkt? Voelt u? Maar voor de massa...

 

Er manifesteren zich meer verschijnselen door ziekten, die daarna weer oplossen, maar dan spreken hier natuurwetten in het kind. En dat is nog geen kanker zoals de mens dat heeft van vijftig, veertig, dertig, twintig, zestig, dat is een heel ander verschijnsel. Maar het is mogelijk dat het kind beïnvloed wordt. En dan moeten we terug naar die en die graad, en dan manifesteert zich hier een overheersende ziekte, die u kanker noemt. Ja, dat is mogelijk.

 

En nog iets anders?

 

(Mevrouw in de zaal): ‘Nee, dank u.’

 

U had het nog over de aura.

 

(Mevrouw in de zaal): ‘Ja, [...] ik bedoelde dat zo van, dat u zei dat kinderen dat niet beleven konden.'

 

Dat kan niet. De eigenlijke kern kanker is... Dit is een heel ander verschijnsel. U kunt dat niet vergelijken met de kanker die de vader, de moeder heeft, de mens heeft van veertig.

 

Een maagkanker die is onmiddellijk rottend en bloedend; heeft het kind niet. Dat is een heel ander verschijnsel, ziet u? U kunt eigenlijk nog niet spreken van kanker voor het kind. Dus, de kanker als persoonlijkheid - dat is een persoonlijkheid, als wezen - kan het kind niet bereiken, noch beleven, omdat die weefsels het natuurlijke groeiproces nog bezitten. Het is heel iets anders.

 

Men wijst naar die werking, en men zegt: ‘Hé, dit kind van vijf, zes jaar, daarbij hebben we kanker vastgesteld'.

 

We kunnen u onmiddellijk die ziekte verklaren, en dan krijgt die ziekte een heel ander beeld. En dan is het nacht en nacht. Maar tussen nacht en nacht is een verschil, maar wat? Voor u is dit nacht, nietwaar? En voor de ruimte is dit de slaap, afkoeling, rust. Vindt u dat niet vreemd?

 

Ziet u, wij komen tot de goddelijke, ruimtelijke terminologie. U hebt ziekten namen gegeven en die zijn voor de ruimten dat en dat en dat en dat en dat. En dan krijgt het verschijnsel een heel andere betekenis. Dan is het een graad van die en die en die afbraak, door dat en dat en die en die stelsels. Door vader- en moederschap, door overgrootvader. En nu zegt de geleerde, de bewuste geleerde van deze tijd, zegt hij: ‘Dat bestaat niet eens.’ Ze zeggen: ‘Dat is niet waar.’ Het is wel zo.

 

De kanker-verschijnselen bij kinderen  worden dus door Gene Zijde niet ‘kanker’ genoemd en het is dus in principe een andere ziekte. Hoewel de verschijnselen wel op gewone kanker lijken, is de oorsprong dus van een andere aard . Dat blijkt duidelijk  uit wat door Jozef Rulof gezegd werd.

 

Nou rest wel nog de vraag wat hij bedoelde met: ‘ het kind wordt beïnvloed’. Hierover krijgen we geen

 

 duidelijkheid. Ik dacht hierover het volgende: een kind kan niet beïnvloed worden door duistere krachten, dus zal het hier wel om beïnvloeding gaan vanuit de lichtsferen. Maar wat is van dit alles de aanleiding? En waarom krijgt zo’n kind juist nu die kankerverschijnselen met de daarbij nodige medische behandelingen? Een aantal kinderen sterft door kanker op vroege leeftijd, kinderen die vaak een hoge afstemming lijken te hebben. Je ziet in ieder geval dat ze meestal wijzer met hun toestand omgaan, dan hun ouders. En je zou je kunnen afvragen: moeten deze kinderen iets beleven, om een taak te kunnen verrichten in een volgend leven? Worden dit wellicht de kankerspecialisten voor de nabije toekomst? En zullen zij dan het laatste traditioneel, medisch offensief vormen tegen de hardnekkigste, dodelijke ziektes der aarde, vóórdat de ziektes via zo’n ‘technisch-wonder-apparaat’ definitief uit de wereld geholpen zullen worden? Wie zal het zeggen! Een ding is zeker: kinderkanker heeft, geestelijk gezien,  een speciale betekenis; het is heel bijzonder en het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd.

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

Beste lezer,

 

DRIE GELOOFSPUNTEN

 

* Hoe meer je de Waarheid van het Leven kent en begrijpt, hoe dieper je gaat geloven.

 

Als lezer van de boeken van Jozef Rulof, wil je wel eens aan iemand uitleggen wat de kern is van je ‘geloof’. En dit wil je het liefst ook kunnen aan zogenaamd ‘moderne’ mensen die ‘nergens in geloven’. Nou ben ik niet zo’n prater, dus heb ik geprobeerd het eerst eens in eigen woorden op één vel papier te schrijven. En misschien heeft ook u hier iets aan.

 

Ik heb getracht de kern samen te vatten in 3 geloofs-aspecten:

 

1/ Een verder-leven na onze dood ; ik geloof dat de geest van iedereen die sterft, dan verder blijft leven. Je gedachten, je gevoelens, idealen, karakter, mentaliteit enz. leeft als geest verder nadat je lichaam is gestorven. Daarbij wil ik opmerken, dat duizenden verslagen van mensen met een bijna-dood-ervaring er op duiden, dat de geest kan bestáán en waarnemen terwijl dan het lichaam medisch-gezien dood is.

 

2/ Evolutie van onze geest ; ik geloof in een beïnvloedbare evolutie van iedere menselijke geest. Ik ga er van uit dat ieder mensen-leven slechts één fase van diens evolutie der geest is. Daar gingen veel fases aan vooraf en er zullen ook nog veel fases op volgen. Ik geloof zowel in reïncarnatie hier op aarde, alsook in een verder groeien van de geest in het hiernamaals (astrale sferen).

 

Tevens geloof ik er in, dat de mens zelf invloed kan uitoefenen op het groeiproces van z’n geest, z’n karakter, z’n ziel. Iedere ziel groeit van een onbewuste, primitieve toestand naar een bewustere, liefdevollere, goddelijkere en gelukkigere toestand. Het ontplooiingsproces van de ziel kunnen we namelijk door onze vrije wil versnellen, vertragen of zelfs tijdelijk stilzetten. En dat alles ligt eraan hoe liefdevol we ons gedragen ten opzichte van onze medemens en onze verdere omgeving.

 

3/ Liefde als hoogste kracht ; ik geloof dat De Eerste Oorzaak (afgekort: DEO) van al het leven, de Architect van de oerknal(-len), een super-liefdevolle, oneindig-intelligente, altijd-rechtvaardige en positieve kracht is, die eeuwig leeft en werkt en die het goed voorheeft met alle mensen en hun geestelijke evolutie. De Eerste Oorzaak bevindt zich overal, maar daar waar mensen elkaar liefhebben of zich vriendelijk gedragen, daar is DEO merkbaar aanwezig.

 

Verder geloof ik er in, dat God alle mensen telkens de gelegenheid aanbiedt (via hun ‘lot’), om de disharmonie die de mens ooit geschapen heeft, weer zelf in harmonie te kunnen brengen.

 

Ik geloof dus niet in willekeurigheid, maar in een Groot Bewust Plan waarin plaats is voor ieder mens met z’n eigen vrije wil.

 

Maar... wie meer wil weten over hoe De Eerste Oorzaak ís, waarin ik geloof, die adviseer ik de boeken eens te lezen, die geschreven werden via Jozef Rulof (1898-1952).

 

* Dit zijn dus de 3 kernpunten van mijn geloof als Rulof-lezer. Het is dus een poging om een definitie te geven van het geloof dat er in de toekomst op aarde zal zijn.

 

Deze 3 geloofspunten zou je dus verder kunnen uitwerken tot een ‘nieuwe theologie’, die dan het meest zou overeenkomen met de echte waarheid van het leven. Dus deze ‘theologie’ komt dan meer overeen met de REALITEIT, meer dan welke andere religie dan ook.

 

Voor veel Rulof-lezers wordt hun ‘geloven’ dan ook steeds meer een ‘weten’. Het voelt steeds meer aan als zijnde WAARHEID. En de geestelijke wetten, die we hebben leren kennen uit de Rulof-boeken, gaan steeds concreten aanvoelen; op den duur zelfs net zo concreet als een natuurkunde-wet (zoals bijvoorbeeld de zwaartekracht). Zo werkelijk worden voor ons de geestelijke wetten, dat we ze niet meer kunt wegdenken uit ons leven. En dat is lastig wanneer we hierover praten met niet-Rulof-lezers, maar voor onszelf is het goed, want dan gaan we ook steeds gemakkelijker leven in overeenstemming met deze geestelijke wetten.

 

Tot zover deze inleiding.

 

 

 

---------------------------

 

 

 

Beste lezer,

 

UNIVERSEEL GELOOF (eerste deel)

 

Net zo als Barack Obama de Amerikanen weer hoop heeft gegeven voor een betere toekomst in hun maatschappij (waaraan de Amerikanen wel zelf zullen moeten werken), nét zo kunnen mensen zichzelf hoop geven, dat ze na hun dood een betere toekomst zullen krijgen, waaraan ze uiteraard ook zelf moeten werken. Immers zonder die hoop is men niet gemotiveerd om aan zichzelf, aan z’n karakter te werken. Dus geloven in een geestelijke toekomst is van wezenlijk belang!

 

Wat is Universeel Geloof ?

 

Universeel Geloof is een van de eenvoudigste manieren van geloven; het is een basis-geloof dat je tegenkomt over de hele wereld. Universeel Geloof betekent dat je gelooft in een meteen-verder-leven na je dood. Als je zult sterven verdwijnt jouw geest niet in het niets.

 

En bij het sterven… dan stopt dus ook jouw verantwoordelijkheid niet. Je blijft dus verantwoordelijk voor wat je allemaal gedaan hebt.

 

Wanneer je zult sterven valt die verantwoordelijkheid dus echt niet van je af. En ook je geweten blijft gewoon doorwerken, zowel je bewust geweten (wroeging) als je onbewust geweten. Maar het mooie is om te beseffen dat echt alle disharmonie uit je verleden weer in harmonie gebracht kan worden. Immers dood is niet dood; dus iedereen heeft een geestelijke toekomst en iedereen, echt iedereen krijgt de gelegenheid om aan z’n toekomstig geluk te mogen werken.

 

Dus.....ook na jouw sterven blijft er werk aan de winkel. Maar al het werk wat je nu doet door aan jezelf, je karakter te werken, door anderen te helpen, enz. enz., dat is allemaal niet voor niets, want daardoor werk je aan je toekomstig welzijn.

 

Nu je nog op aarde leeft, is het al zo dat jouw daden gevolgen hebben voor jezelf. Bijvoorbeeld: indien jij je buurman helpt, als hij in nood is, dan heeft dit een positief gevolg voor de sfeer tussen jouw buurman en jou, en die positieve sfeer komt weer enigszins ten goede aan hoe jij je gaat voelen.

 

De gevolgen van jouw daden zijn nu dus merkbaar, maar niet alleen nu, maar… ook nog straks nadat je gestorven zult zijn. Ook hier geldt het principe: wat je zaait zul je oogsten.

 

Daar in geloven, dat is Universeel Geloof en als je zo’n geloof hebt, dan heb je tevens een extra levensdoel; je wil niet alleen gelukkig worden hier op aarde, maar ook aan het geluk werken dat je straks zult ervaren nadat je bent gestorven.

 

Wie hebben er Universeel Geloof ?

 

- In alle traditionele wereldreligies kun je mensen tegenkomen met diep Universeel Geloof. Men noemt hen vaak ‘heiligen’. Deze mensen zijn innerlijk overtuigd van het ‘extra doel’, het hoger doel van het leven. En zulke mensen léven daar dan ook naar.

 

- En wie hebben er verder nog Universeel Geloof? Mensen die een duidelijke bijna-dood-ervaring hebben gehad, een indrukwekkende ervaring van hoe het leven voelt nadat men sterf en hoe hun geest verder leeft buiten hun stoffelijk lichaam om. Na zo’n ervaring weet men ook dat hun leven nog een extra doel heeft, iets dat dan nog niet klaar is, iets dat in ieder geval nog afgemaakt dient te worden totdat hun echte dood komt. Ze voelen dat de tijd die hen toegemeten is voor dit leven, kostbaarder is dan ze eerst dachten. Ook hebben deze mensen ervaren dat al hun daden gevolgen hebben, dat positieve daden positieve gevolgen hebben en negatieve daden negatieve gevolgen en dat al die daden vroeg of laat  dus, op de een of andere manier, naar hun terug zullen komen. Hierdoor gaan ze zich verantwoordelijker voelen voor hun gedrag en hun levenshouding en zijn ze meer bereid om aan hun karakter te werken.

 

-  En wie hebben er ook nog Universeel Geloof? Dat zijn de mensen die zelfstandig een serieuze, geestelijke studie maken van het Leven. Dat bestuderen in theorie en praktijk gaat dan buiten de dogmatische religies om. En de theoretische studie betreft dan bijvoorbeeld de boeken van Jozef Rulof (1898-1952) waarin de zuivere waarheid over met name het leven na de dood beschreven wordt. Via Rulof werd deze betrouwbare informatie op papier gezet, maar die wijsheid is eigenlijk afkomstig van mensen die lang geleden op aarde gestorven zijn en die zich vervolgens in het leven-na-de-dood in positieve richting verder ontwikkeld hebben. Uit deze boeken kan tevens geleerd worden, dat in het Leven niet alleen fysieke natuurwetten gelden, maar ook geestelijke natuurwetten. Ook wordt er uitgelegd dat er niet alleen een evolutie van het universum, van de natuur, van het dierenlichaam en mensenlichaam is, maar tevens van het innerlijke leven van dit alles. Ook ieder individueel mens maakt dus een innerlijk groeiproces door. Maar omdat de mens dit proces kan beïnvloeden door z’n vrije wil, z’n gedrag en levenshouding, is bij de mens dit groeiproces niet volgens een rechte, opgaande lijn. Het Universele Geloof is in ieder geval een goed kompas op dit kronkelige levenspad.

 

Wat betekent Universeel Gelovig–zijn ?

 

‘Gewoon’ gelovig–zijn heb je in vele soorten en gradaties. Er zijn veel mensen die zeggen er van overtuigd te zijn, dat ze na hun dood bevoorrecht zullen worden door bijvoorbeeld Christus, Mohammed of Boedha. Andere mensen zeggen “dood is dood” en na de dood ben je gewoon ‘weg’. Maar niemand heeft hierover zekerheid. Vandaar dat we het ‘geloof’ noemen. Ook Universeel Geloof is een vorm van geloven. Echt zekerheid hebben mensen pas nadat ze zullen sterven. Over of er wel of geen verder-leven-na-de-dood is, daarover is het zinloos om te gaan redetwisten. Immers niemand heeft hierover zekerheid . Materialisten denken dat ze de zekerheid hebben dat er voor hen niets meer is na hun dood. (Overigens, die zekerheid hebben ze niet.) En dogmatisten doen alsof ze de zekerheid hebben dat ze weten in welke bevoorrechte positie zij zich na hun dood  zullen bevinden. Die zekerheid hebben ze echter niet en daarom maken ze niet alleen anderen maar ook zichzelf wat wijs.

 

Mensen met Universeel Geloof zijn nooit zoals de dogmatisten. Werkelijk-gelovig-zijn  is geen verstandelijk spelletje en men loopt niet gewetenloos achter anderen aan. Het Universeel Gelovig–zijn zit diep in het gevoel en er is altijd een evenwicht tussen verstand en gevoel. Zo iemand voelt duidelijk,

 

- dat z’n leven niet zal stoppen bij het sterven,

 

- dat er een hoger doel ligt in het leven, hoger dan het materiële en maatschappelijke,

 

- dat zijn toekomst wordt bepaald door z’n huidig gedrag en door z’n vroegere gedrag,

 

- dat er uiteindelijk rechtvaardigheid zit in het leven en er geen toeval bestaat

 

- en zo iemand voelt zich bezield om iets positiefs, iets opbouwends met z’n leven te doen.

 

Zo iemand zal dit leven nooit willen inkorten (zelfmoord of euthanasie) omdat ie dankbaar is dat ie mág leven, dankbaar dat ie z’n kostbare tijd nuttig kan besteden om te werken aan z’n hoger doel.

 

Speelt het geloven in God dan helemaal geen rol in het Universele Geloof?

 

Bij Universeel Geloof is geloven in een God (of in Goden of heilige profeten) niet van belang. God wordt er niet ontkend, maar ook niet bevestigd en ook niet omschreven of aanbeden. Trouwens niemand op deze aardbol weet precies hoe God is. En om daarover dan te gaan discussiëren, daar komt men dan dus nóóit uit. Hoewel velen steun vinden in het hebben van een beeld van God, heeft die informatie over God verder geen praktisch nut voor ons dagelijkse leven en werpt bovendien slechts tegenstellingen op tussen godsdiensten. Iedereen heeft een verschillend beeld van God en indien er óóit gestreefd zou willen worden naar eenheid tussen wereldreligies, dan zou er in ieder geval meer gezocht moeten worden naar het gemeenschappelijke en dat betreft zeker niet het beeld dat men heeft over God, dat meestal gevoed wordt vanuit de veelsoortige religieuze boeken. Het nut van geloven in ’n God wordt zwaar overschat, terwijl het nauwelijks meerwaarde heeft voor iemands innerlijke groei.

 

Het tweede deel over Universeel Geloof kunt u lezen in de volgende Boekenwijzer.

 

* Tot zover deze inleiding.

 

 

---------------------------

 

 

 

Nawoord over Universeel Geloof:

 

Maakt het veel uit voor iemands leven of die persoon gelooft dat ie verder zal leven na zijn sterven ?

Volgens mij maakt dit veel meer uit dan u denkt. U als Rulof-lezer kunt zich misschien moeilijk voorstellen hoe het is om NIET in een verder-door-leven te geloven. Maar stelt u zich het tóch eens voor. Uw leven zal stoppen bij uw dood. Dan gaat u nu héél anders leven. Jozef Rulof noemde dit: ‘maar raak leven’, egoïstisch, gewetenloos en materialistisch. En zijn dat nou niet  precies de kenmerken van deze tijd?! Beste lezer, daaruit blijkt ook hoe belangrijk het is voor deze maatschappij, dat er veel meer mensen gaan geloven in een verder- door-leven na het sterven. Hoe precies verder? Dat is nog niet eens zo belangrijk; als men maar gelooft dát men een geestelijke toekomst heeft.....! ‘Hoop doet leven’ is een geestelijke wet en geldt dus voor iedereen, altijd en overal. Zonder geloof in een geestelijke toekomst, lééft men dus niet echt, wat van toepassing is op een groot deel van onze maatschappij, dus op alle mensen die, zoals Jozef zegt, ‘levende dood’ zijn.

Er zijn dus nog ‘ongelooflijk’ veel mensen die de levensovertuiging hebben dat men niet verder leeft na de dood. Die leven dus zonder uitzicht op een toekomst op de lange termijn, zonder hoger levensdoel en zonder zielegeluk-verwachtingen. Stelt u zich eens voor, miljoenen mensen leven nu zo in Nederland, Duitsland, België, Frankrijk, Zuid Europa, Scandinavië, Amerika enz. enz. En al die mensen gaan er van uit dat het heel normaal is om niet in een verder-door-leven te geloven. Hier wél in geloven, vinden ze eigenlijk een beetje raar, een beetje zweverig of zelfbedrog. Maar eigenlijk interesseren ze zich hier helemaal niet voor. Men is veel nieuwsgieriger naar de uitslag van een sportwedstrijd of van een loterij. En men leest dus liever de krant dan een boek over bijna-dood-ervaringen. Op deze manier leven nu misschien wel een miljard mensen. U zult misschien denken:”dat is een waardeloos leven”. En daarin heeft u eigenlijk wel ergens  gelijk. ‘Waardeloos’ betekent zonder echte waarde, zonder echte waarden. Echte waarden komen namelijk van binnenuit, niet omdat men het geleerd heeft van z’n ouders of van school, maar omdat men hierover zelf nagedacht heeft.

Wij als Rulof-lezers, kunnen met een beetje denkwerk, een uitgebreid waarden-en-normen-patroon destilleren uit onze boeken. Maar ook de mensen die enkele goede boeken over bijna-dood-ervaringen gelezen hebben, kunnen (met wat denkwerk) hier best al enkele belangrijke waarden-en-normen uit halen. Enkele voorbeelden:

 

* Mensen met een bijna-dood-ervaring zien vaak een samenvatting van hun leven in een soort film aan zich voorbij gaan. In die levensfilm ziet men dan ook de conflicten die men had met medemensen en daarbij beleeft men dan tevens wat die mensen toen dachten en voelden. Hieruit kunnen we concluderen. ‘Onze daden veroorzaken wel degelijk gevolgen’ en ‘Wat u niet wilt dat u geschied, doe dat ook een ander niet.

* Mensen met een bijna-dood-ervaring ontdekken op een gegeven moment, dat ‘het hun tijd nog niet is’ om te sterven. Ze komen vervolgens weer terug in hun stoffelijk lichaam om daarin verder te leven tot hun dood. Iedereen krijgt dus een bepaalde tijd toegemeten om z’n leven te leven. Maar indien men die tijd, om de een of andere reden, zou willen inkorten bij zichzelf (is dus zelfmoord) of bij een ander (is dus moord), dan overschrijdt men daardoor een belangrijke ‘levenswet’. Deze ‘levenswet‘ moet vroeg of laat weer (met veel extra moeite) in evenwicht gebracht worden. Dit staat allemaal niet met zoveel woorden in die boeken over bijna-dood-ervaringen. Toch zie je bijvoorbeeld nooit dat iemand met een bijna-dood-ervaring, daarna zelfmoord pleegt of een medemens vermoordt, blijkbaar omdat ze voorgenoemde ‘levenswet’ in gevoel hebben leren respecteren.

Wat je ook vaak in die boeken leest, is, dat mensen tijdens hun bijna-dood-ervaring hun overleden familieleden of vrienden hebben ontmoet en gesproken. En dit is dan voor hun een duidelijk bewijs dat het leven verder gaat na de dood. De dood is dus niet het einde  en de dood kan dus ook niet als ‘vluchtweg’ dienen. Ons leven met onze problemen kunnen we niet ontvluchten door de dood. Immers, wie zelfmoord pleegt, vlucht daardoor niet in het ‘niets’. Men is dan dus niet overal van af. Nee, men komt dan juist in een leven terecht met nog grotere problemen en met nog meer lijden.

Dat niet alle toestanden in het leven-na-de-dood prettig zijn, blijkt wel uit sommige bijna-dood-ervaringen. Meestal worden bijna-dood-ervaringen als zeer positief ervaren, maar er bestaan wel degelijk ook negatieve belevingen (bijvoorbeeld over sferen van moordenaars of zelfmoordenaars). Die worden dan wel voorafgegaan door en/of gevolgd door positieve belevingen, zodat het geheel toch als positief ervaren wordt.

Immers, bijna-dood-ervaringen dienen vooral als bemoediging, maar er zit dus ook soms een waarschuwing bij, zo van: “Besef goed wat je doet en wat je daardoor veroorzaakt” en “Heb respect voor het Leven !!!”.

En, respect en liefde voelen voor het leven, daar gáát het uiteindelijk om wanneer we het hebben over waarden en normen. En dit gevoel van respect en liefde, dat hebben de meeste mensen met een bijna-dood-ervaring zelf ervaren, vooral bij de ontmoeting met hun begeleidegeest (ook wel beschermengel genoemd). Daar straalde een heerlijk gevoel van af. En dit liefde- en respect-gevoel was dan zó intens en overdonderend, dat men dit achteraf niet met woorden kon beschrijven. Wie zo iets eenmaal bewust beleefd heeft, wil dit natuurlijk vaker beleven. Veel mensen met een bijna-dood-ervaring wilden dan ook liever niet teruggaan naar hun aardse leven, naar echtgenoot en kinderen. Dat zegt toch wel iets over wat men dáár in korte tijd ervaren heeft. Natuurlijk voelen ze ook, dat ze hier op aarde nog een taak hebben die afgemaakt dient te worden. Maar het verlangen  om door liefde en respect bestraald te worden blijft.

Wij, Rulof-lezers weten echter, dat we ons dat gevoel zélf kunnen eigen maken. En als we eenmaal dat gevoel van liefde, respect en harmonie in ons dragen, voelen we ons gelukkig, ook wanneer onze begeleidegeest niet bij ons is. Het is dan ons bezit, waardoor we afstemming krijgen op een licht-sfeer. Wij Rulof-lezers zijn er ons van bewust dat we daarvoor aan onszelf dienen te werken. We zijn hiervoor gemotiveerd, omdat we niet ‘geloven’ maar ‘weten’.

 

* Er bestaan enkele termen in onze taal, om aan te geven dat we ‘met enige zekerheid kunnen stellen’ , dat er iets gaat gebeuren. Enkele voorbeel-den: ‘er van uitgaan dat....’, ‘inschatten dat....’, ‘vermoeden dat....’, ‘er op vertrouwen dat....’, ‘er op rekenen dat.....’, ‘voorspellen dat....’, ‘aannemen dat....’, ‘denken dat....’, ‘hopen dat....’ en ook: ‘geloven dat....’. Dit zijn allemaal gradaties en soorten van ‘WETEN’. Al deze termen hebben gemeen, dat we geen 100% zekerheid hebben van weten. Iets 100% zeker weten over de toekomst doen we eigenlijk nooit. U weet bijvoorbeeld nooit heel zeker of u morgenvroeg wakker zult worden, omdat u misschien komende nacht bijvoorbeeld een hartstilstand zou kunnen krijgen. Toch is de kans om komende nacht te overlijden zó klein, dat u zich daar niet op hoeft in te stellen. U heeft nu voldoende zekerheid om op aarde te blijven leven en u kunt dus gerust gaan plannen wat u morgen zult gaan doen.

En op dezelfde manier werkt het met het universeel geloven. Men heeft dan voldoende zekerheid over een verder-door-leven, zodat men er z’n leven op kan gaan instellen. Wie langere tijd de Rulof-boeken bestudeert (leest en overdenkt), gaat steeds meer beseffen, dat dit de geestelijke waarheid is, dat deze kennis natuurlijk van aard is, aansluit bij hetgeen men al wist en ook nog betrouwbaar aanvoelt, zo van: ‘het kan eigenlijk niet anders zijn’. Vandaar dat er gesteld kan worden: ons ‘GELOVEN’ wordt steeds meer een ‘WETEN’.

* Dan dit nog over ‘universeel geloof’ :

Het woord ‘geloof’ heeft tegenwoordig voor velen een negatieve lading, waardoor vele jongeren en ook ouderen afschrikken. Indien u wilt mee-helpen het ‘universele geloof’ te ver-spreiden, mag u het ook gerust ‘UNI-VERSEEL INZICHT’ noemen. Het is uit-eindelijk maar een naam en uiteindelijk gaat het toch om de inhoud.

* Over dit onderwerp nog enkele stellingen:

- Het kan voor geen mens kwaad, om eens te gaan luisteren, naar wat mensen te zeggen hebben, die bijna dood zijn geweest. Er zijn wel een aantal wetenschappers die hier goed onderzoek naar gedaan hebben, die dus met een nuchtere en open mind geluisterd hebben naar mensen die gereanimeerd waren en die dit opgeschreven hebben en in boekvorm uitgegeven. Zulke boeken zijn de moeite van het lezen waard en u kunt daar dan zelf uw conclusies uit trekken. Het lijkt me trouwens ook een goed idee om leerlingen op de middelbare school hier al eens kennis mee te laten maken.

- Er zijn zó veel overeenkomsten tussen hetgeen verteld wordt door ál die mensen met een bijna-dood-ervaring uit Europa, Amerika en India, dat men dit niet zomaar fantasieën kan noemen. En hun waarnemingen kunnen niet zomaar allemaal door enkele wetenschappers puur medisch verklaard worden en als waanideeën afgedaan. Omdat niet alle wetenschappers het hierover met elkaar eens zijn, wil nog niet zeggen dat we bijna-dood-ervaringen daarom niet serieus moeten nemen.

- Het lichaam en de geest zijn principieel twee verschillende zaken. Ik héb zowel een lichaam als een geest, maar ikzelf bén de geest. En wanneer mijn lichaam dood gaat, wil dit niet zeggen dat mijn geest dan ook dood gaat.

* Tot slot nog dit:

Sommige van onze abonnees vroegen zich af waarom we in het Rulof-blad De Boekenwijzer, nu al enkele malen hebben geschreven over ‘universeel geloof’? Universeel geloof is immers in eerste instantie gebaseerd op boeken over bijna-dood-ervaringen.

Om dat te begrijpen dient u eerst te beseffen, dat het er bij de Rulof-boeken in de kern ook om gaat, dat mensen aan hun ziel gaan werken, omdat ze weten dat hun leven verder gaat nadat ze op aarde zullen sterven. In de Rulof-boeken wordt alles natuurlijk veel verder uitgewerkt dan bij universeel geloof, maar daar staat tegenover, dat universeel geloof veel gemakkelijker te verspreiden is in deze moderne maatschappij waarin nog héél veel mensen eigenlijk ongelovig zijn.

En....in een verder stadium kan universeel geloof dan wellicht ‘uitgebouwd’ worden met onze kennis uit de Rulof-boeken.

De traditionele religies willen en kunnen hier niet op inspringen. Wellicht zouden wij als Rulof-lezers dit dan wel kunnen doen....

 

Tot zover deze inleiding.